Beleggingen
Beleggingen
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een feitelijke uiteenzetting gegeven van de marktontwikkelingen die van invloed zijn geweest op de beleggingen. Verder zal per deelcategorie en voor de portefeuille als geheel worden ingegaan op de resultaten van het gevoerde beleggingsbeleid. Vervolgens worden een aantal thema’s en trends benoemd die van invloed kunnen zijn op de toekomstige beleggingen. Ten slotte wordt ingegaan op het maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.
4.1 Marktontwikkelingen
Terugblik macro-economische ontwikkelingen
In de eerste maanden van het jaar bleek al snel dat de Amerikaanse economie sterk genoeg was en dat een recessie kon worden vermeden. De hoop op snelle preventieve renteverlagingen verdween doordat robuuste arbeidsmarktcijfers en een toenemend vertrouwen onder ondernemers en consumenten wezen op een aanhoudende veerkracht van de economie, terwijl inflatiecijfers in de eerste maanden juist hoger bleken dan verwacht. Vanaf het tweede kwartaal werd een zachte landing van de Amerikaanse economie steeds waarschijnlijker. De arbeidsmarkt werd minder krap en de inflatie zette eindelijk een daling in. Politieke ontwikkelingen maakten de vooruitzichten nog wat onzeker. In juli stapte president Biden uit de race voor de presidentsverkiezingen en werd Kamala Harris de keuze voor de Democraten.
Zwakker dan verwachte Amerikaanse arbeidsmarktcijfers en vertrouwensindices in augustus en september in combinatie met meevallende inflatiecijfers brachten ook de Amerikaanse centrale bank in beweging. De Fed verlaagde haar beleidsrentes in september met 50 basispunten, de eerste verlaging sinds maart 2020. Ondanks de groeiafzwakking bleef de economische activiteit in de VS daarna relatief sterk.
De economie in het Eurogebied vertoonde in de eerste maanden van 2024 tekenen van herstel. Het vertrouwen van ondernemers verbeterde, weliswaar vanaf een laag niveau en de inflatie liet al in de eerste maanden van het jaar een duidelijke daling zien. Het herstel zette in het tweede kwartaal echter niet door. Aan het politieke front ontstond daarnaast onrust, onder meer door de aankondiging van verkiezingen in Frankrijk. De duidelijke daling van de inflatie in combinatie met de onzekere economische vooruitzichten resulteerde in de eerste renteverlaging door de ECB met 25 basispunten in juni. In september volgde de tweede renteverlaging. De activiteit in de Eurozone in de tweede helft van het jaar werd grotendeels gekenmerkt door zwakte van de Duitse economie.
Ook elders in de wereld werden rentetarieven verlaagd. Eind september bijvoorbeeld kondigde de centrale bank van China (de PBoC) een aantal beleidsmaatregelen aan om de activiteiten in het algemeen en de vastgoedmarkt in het bijzonder te stimuleren. Een aantal rentes werden verlaagd en ter ondersteuning van de vastgoedmarkt werden de kredietvoorwaarden van huizenbezitters en huizenkopers versoepeld.
Financiële markten
Het jaar 2024 was in meerdere opzichten een goed jaar voor financiële markten. De rente op staatsobligaties daalde per saldo, en met alleen een paar korte tussentijdse correcties stegen aandelenkoersen vrijwel het hele jaar door. Markten werden geholpen door per saldo redelijke groeicijfers en een dalende inflatie, terwijl langverwachte renteverlagingen uiteindelijk ook door centrale banken werden doorgevoerd.
Kapitaalmarktrentes stegen in de eerste helft nadat preventieve renteverlagingen door de Fed niet opportuun bleken en de inflatie hardnekkig hoog bleef. Ondanks de matig presterende eigen economie en een dalende inflatietrend trok dit ook Europese rentes omhoog. Bezorgdheid over de uitkomst van de Franse verkiezingen zorgden voor een relatief sterke stijging van Franse rentes. In de tweede helft van het jaar kwam de focus duidelijk op een wereldwijde groeiafzwakking te liggen, waardoor kapitaalmarktrentes daalden en uiteindelijk lager kwamen te liggen dan aan het begin van het jaar. Per saldo daalden rentes aan het korte eind van de rentecurve relatief sterk, waardoor de rentecurve langzaam minder invers werd. Vooral swap rentes daalden, en daardoor swap spreads, waardoor staatsobligaties minder rendeerden dan swaps. Per saldo daalde de 20-jaars swaprente met circa 0,2%-punt.
Aandelenkoersen vonden daarentegen vrijwel gedurende heel 2024 de weg omhoog. Eerst werden winstcijfers en het sentiment positief beïnvloed door de veerkracht van de Amerikaanse economie en het herstel van de Europese economie. In het tweede helft werden koersen vooral geholpen door (het vooruitzicht op) renteverlagingen. De verkiezingsuitslag in de VS zorgde in november voor een verdere impuls voor aandelenkoersen nadat bleek dat Donald Trump niet alleen de verkiezingen had gewonnen, maar ook een meerderheid had verworven in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden. De positieve trend werd slechts enkele keren tijdelijk onderbroken door plotseling tegenvallende inflatie- en arbeidsmarktcijfers in de VS en, meer lokaal, bezorgdheid over het resultaat van de Franse verkiezingen.
In de eerste helft van het jaar werd de koersstijging vooral gedragen door mega-tech aandelen, in de VS bekend als de Magnificent Seven. In de tweede helft werd de koersstijging breder gedragen. Aandelenkoersen in ontwikkelden landen stegen in de eerste helft sterker dan in opkomende markten. Mede geholpen door de Chinese stimuleringsmaatregelen was dat in de tweede helft van het jaar andersom. Over heel 2024 steeg de MSCI Wereld (ontwikkelde markten) met 26,6%, de index voor opkomende markten bleef daar met een stijging van 14,7% bij achter.
Het positieve sentiment op de aandelenbeurzen werd weerspiegeld op de credit markten. Zowel de spreads op investment grade credits als op high yield obligaties daalden. Aan het eind van het jaar zorgde dit voor historisch lage niveaus van credit spreads.
4.2 Resultaten beleggingsportefeuille
Rendement 2024 ten opzichte van de benchmark
De portefeuille behaalde over 2024 een rendement van 10,0%. De licht gedaalde rente zorgde voor een positief rendement op de matchingportefeuille van 5,3%. De portefeuille rendeerde 1,1% beter dan de benchmark. Dit kwam voornamelijk door de goede resultaten van de totale portefeuille versus de gehanteerde benchmarks.
In onderstaande tabel wordt de performance van de portefeuille op hoofdcategorieën weergegeven.
| Beleggingscategorie | Portefeuille | Benchmark |
|---|---|---|
| Matchingportefeuille | 5,3% | 3,6% |
| Hoogrentende obligaties | 4,4% | 5,1% |
| Aandelen | 30,6% | 30,2% |
| Niet-beursgenoteerd vastgoed | 3,5% | 2,5% |
| Private equity | 11,0% | 4,6% |
| Totaal | 10.0% | 8,9% |
4.3 Matchingportefeuille
De matchingportefeuille richt zich op de afdekking van het renterisico en het zekerstellen van het nominale pensioen. De gehanteerde norm voor renteafdekking op basis van marktrente is in 2023 verhoogd op basis van de ontwikkelingen van de rente en de rentestaffel naar 80%. In 2023 heeft het bestuur besloten om de rente afdekking tot aan het moment van invaren te laten staan op 80% en niet meer de staffel te hanteren.
De renteafdekking vindt hoofdzakelijk plaats met renteswaps en Euro-staatsobligaties met hoge kredietwaardigheid. Daarnaast belegt het pensioenfonds in bedrijfsobligaties met een solide kredietwaardigheid, in groene obligaties en in Nederlandse woninghypotheken. De keuze voor renteafdekking zorgt ervoor dat het pensioenfonds gedeeltelijk beschermd is tegen rentedaling maar minder profiteert van een rentestijging.
In 2024 is de rente op de kapitaalmarkten op langere looptijden gedaald van 2,26% (30-jaars swaprente) naar 2,15%, een daling van 0,11% in een jaar. Dit levert op de renteafdekking een positief resultaat op, maar op balansniveau een verslechtering van de financiële positie (dekkingsgraad) van het pensioenfonds.
De beleggingen in de matchingportefeuille behaalden een positief rendement door de rentedaling. De gehele matchingportefeuille rendeerde 5,3% (1,7% hoger dan het benchmarkrendement). Hypotheken hebben met een rendement van 6,2% een outperformance ten opzichte van de benchmark (0,9%) behaald. Green bonds en bedrijfsobligaties hebben met een rendement van, respectievelijk, 3,0% en 5,4% beide een outperformance laten zien ten opzichte van de benchmark (2,7% en 4,5%)
4.4 Aandelen
De portefeuille beursgenoteerde aandelen bestaat ultimo 2024 voor 85,0% uit aandelen ontwikkelde markten en voor 15,0% uit aandelen opkomende markten. De aandelenportefeuille van ontwikkelde markten rendeerde in 2024 met 34,6% sterk positief. Het rendement van aandelen opkomende markten was met 10,8% duidelijk een stuk lager. De totale aandelenportefeuille behaalde over 2024 een rendement van 30,6%, en behaalde daarmee een 0,4%-punt hoger rendement dan de benchmark.
4.5 Hoogrentende obligaties
De hoogrentende obligaties zijn voor circa 65% belegd in obligaties van opkomende landen, het andere deel is belegd in bedrijfsobligaties in ontwikkelde landen. De categorie hoogrentende obligaties behaalde in totaal een rendement van 4,4%, en bleef hiermee 0,7%-punt achter bij de benchmark. De beleggingen in obligaties uitgegeven door opkomende landen in US dollar behaalden een beter resultaat dan de benchmark, door onder andere een goede selectie van de landen waarin werd belegd. De overige beleggingen in deze categorieën bleven achter bij de benchmark.
4.6 Vastgoedbeleggingen
Het bestuur heeft een strategisch vastgoedplan uitgewerkt dat uitgaat van een allocatie naar Nederlandse woningen (36%), Europees vastgoed (multisector, 27%) en Amerikaans vastgoed (multisector, 37%). De portefeuille rendeerde in 2024 3,5% versus 2,5% voor de benchmark. Vanwege het illiquide karakter van de categorie wijkt de feitelijke invulling af van de gehanteerde strategische benchmark, waardoor de jaarlijkse rendementsverschillen aanzienlijk kunnen zijn.
4.7 Overige beleggingen
4.7.1 Private equity
De private equity-portefeuille bestaat voornamelijk uit directe investeringen in private equity-fondsen. Voor de verdere invulling van het private equity-programma wordt jaarlijks een investeringsschema opgesteld dat rekening houdt met de gewenste exposure naar de beleggingsklasse en de te verwachten uitkeringen in de loop der tijd. De portefeuille wordt beheerd door een extern team van specialisten en behaalde over 2024 een rendement van 11,0% versus 4,6% voor de benchmark. De benchmark is de 5-jaars swaprente met een opslag van 2%-punt en weerspiegelt het lange termijn vereiste rendement van private equity. Op jaarbasis kunnen echter grote rendementsverschillen ontstaan, onder andere door het verschil in liquiditeit tussen private equity en de rentemarkt.
4.7.2 Z-score 2024 en performancetoets
De z-score wordt ieder jaar berekend. Deze score laat het verschil zien tussen het werkelijke rendement van de portefeuille en het rendement van de benchmark. Een positief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds het beter deden dan de markt. Een negatief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds slechter presteerden dan de markt. Bij de berekening wordt rekening gehouden met de kosten. Daarnaast wordt een performancetoets gedaan. Deze toets berekent een gemiddelde z-score over een periode van vijf jaar. In het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 staat dat vrijstelling van de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds mogelijk is als de performancetoets lager is dan 0%.
De z-score voor 2024 is -0,11%. Het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar is 0,83%. De performancetoets is 2,11% (inclusief de bijtelling van 1,28%) waarmee het pensioenfonds boven de toegestane norm zit, wat wil zeggen dat op basis van de performancetoets er geen vrijstelling van de verplichte deelname aan het pensioenfonds mogelijk is.
4.8 Vooruitzichten
In het algemeen kunnen we stellen dat de geopolitieke ontwikkelingen momenteel ook een bewegelijkheid van de financiële markten met zich meebrengen. Dit maakt dat koersen lastig te voorspellen zijn.
Aandelen
Deze categorie is licht constructief door veerkrachtige data over economische activiteit, afnemende inflatie en de verwachte verruimingscyclus. Het sentiment onder investeerders is positief, daarmee is veel goed nieuws ook al ingeprijsd.
Rentes
Opbrengsten zijn recent gedaald door onder andere lager dan verwachte inflatie en minder verkrappend beleid van de Fed. Daarmee neutraal op de korte termijn. Op de middellange termijn blijven rentes aantrekkelijk, gegeven het bereikte einde aan de renteverhogingen en hoge niveaus van reële rentes. Europese rentes zijn op de middellange termijn ook aantrekkelijk door zwakke groei en afnemende inflatie.
US credit
Veerkrachtige US groei, desinflatie en verwachte renteverlagingen ondersteunen US credit.
Herfinancieringsrisico, rentevolatiliteit, verkrapping van leenvoorwaarden, en risico’s op toch een hogere groeiafzwakking worden nog niet ingeprijsd in HY spread levels.
European credit
Voorzichtigheid is benodigd bij Europees High Yield, gegeven een lagere winstgevendheid, hogere financieringskosten en zwakkere economische groei relatief tot de US.
4.9 Beleid duurzaam beleggen
Het pensioenfonds maakt onderdeel uit van de maatschappij en heeft haar eigen verantwoordelijkheden. Dit betekent dat thema’s als milieu, sociale aspecten en goed bestuur (ESG) een belangrijke plek innemen in het beleggingsbeleid. Wij verwachten van duurzame beleggingen op lange termijn een betere rendement/risico verhouding dan van niet-duurzame beleggingen. Wij geloven dat beleggingen alleen goed kunnen renderen als samenlevingen zich goed kunnen ontwikkelen. Daarom willen wij op het gebied van ESG een meer dan wettelijke vereiste inzet leveren.
We doen dit door:
- In de beleggingsportefeuille rekening te houden met duurzaamheidsrisico’s en kansen. We eisen van onze vermogensbeheerders om bij het beheer rekening te houden met duurzaamheidskenmerken, zoals de uitstoot van broeikasgassen. Waar mogelijk leggen we dit vast in de beheeropdracht.
De CO2-intensiteit van de portefeuille en de gehanteerde benchmarks te meten t.o.v. bedrijfsomzet en -waarde (belegd vermogen). Bij de CO2-intensiteit op basis van omzet is de scope 1 en 2 uitstoot (directer toerekenbaar aan de bedrijven) lager dan de benchmark, maar wordt de hele bedrijfsketen inclusief toeleveringsbedrijven en klanten meegenomen (scope 3) dan valt de score lager uit. Dit verschil wordt sterk beïnvloed door beleggingen in geldmarktfondsen waarin veel obligaties zitten van financiële instellingen (die een relatief hoge scope 3 uitstoot hebben), terwijl de derivatenbenchmarks geen scope 3 uitstoot genereren. Bij de CO2 intensiteit op basis van belegd vermogen liggen beide intensiteitsdata lager dan die van de benchmark. De uitkomsten van met name scope 3 uitstoot bevatten een hoge mate van schattingen. Meer gedetailleerde data en uitkomsten worden gepubliceerd in het verantwoord jaarverslag 2024 waarin het fonds nader ingaat op de duurzaamheidskarakteristieken en ontwikkelingen van de portefeuille over 2024.
- Bedrijven waarin we investeren aan te zetten tot maatschappelijk verantwoord handelen. Dit doen we door (samen met andere beleggers) bedrijven aan te spreken op specifieke thema’s, zoals betrokkenheid bij ernstige en structurele schendingen van internationale principes. Dit zijn bijvoorbeeld de VN Principes voor het Bedrijfsleven en Mensenrechten en de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen. Ook gebruiken we onze invloed als aandeelhouder door het uitoefenen van ons stemrecht op voor ons belangrijke thema’s.
- Het in toenemende mate investeren en stimuleren van activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan een meer duurzame wereld. Met het oog hierop beleggen we in toenemende mate bijvoorbeeld in groene obligaties van landen en ondernemingen. Daarmee dragen we bij aan de financiering van de energietransitie.
- Maatschappelijk ongewenste activiteiten niet te financieren. Dit doen we door bedrijven uit te sluiten die in hun bedrijfsvoering of producten en diensten niet aan de minimale eisen voor een duurzaam beleid voldoen. We hebben hiervoor criteria gedefinieerd. Dit uitsluitingsbeleid wordt onverkort toegepast op alle beleggingsmandaten. Bij fondsbeleggingen maakt een beoordeling van het uitsluitingenbeleid van de fondsbeheerder deel uit van het selectie- en evaluatietraject.
Sustainable Development Goals.
Het bestuur heeft op basis van de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties en de uitkomsten van een deelnemersonderzoek in 2019 besloten de focus te leggen op doel 3 (goede gezondheid en welzijn), doel 7 (betaalbare schone energie) en doel 12 (verantwoordelijke consumptie en productie). Deze focus komt met name tot uitdrukking in de keuze voor deelname aan dialoogprogramma’s die directe raakvlakken hebben met deze SDG's.
Klimaat
Het fonds heeft in 2020 het Commitment van de financiële sector aan het Klimaatakkoord ondertekend (het Nederlands klimaatakkoord). Hier zijn o.a. de volgende elementen in opgenomen:
- Deelname aan de financiering van de energietransitie;
- Meten van het CO2-gehalte van beleggingen. Vanaf het boekjaar 2020 ook publieke rapportage hierover;
- Actieplannen inclusief CO2-reductiedoelstellingen voor 2030 voor de beleggingen.
IMVB-convenant
Het fonds heeft in 2018 het IMVB convenant ondertekend en bepalingen daarvan overgenomen in beleid. Hoewel dit convenant inmiddels is afgelopen, blijft het fonds zich committeren aan de principes van de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGPs) en leeft deze na.
VBDO-ranglijst
Jaarlijks onderzoekt de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling het duurzaamheidsbeleid van de grootste pensioenfondsen in Nederland. In 2024 eindigde het pensioenfonds als 18e op de lijst van 50 fondsen en hiermee behoort het fonds tot de drie best presterende kleine (minder dan € 5 miljard) pensioenfondsen. Een hoge score op deze ranglijst is voor het pensioenfonds geen doel op zich, maar geeft inzicht hoe ons duurzaamheidsbeleid en de implementatie daarvan zich verhoudt tot andere fondsen.
SFDR
In 2018 heeft de Europese Commissie het EU-Actieplan voor Duurzame Financiering gepubliceerd. Hiermee wil de Europese Commissie de ‘vergroening’ van de economie stimuleren, onder andere door nieuwe wet- en regelgeving. Eén van de deelplannen gaat over Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). Deze regels gelden voor financiële instellingen en producten. Ook pensioenfondsen en pensioenregelingen worden gezien als financiële instellingen en producten. De pensioenregeling wordt hierbij als financieel product gezien en zodoende valt het pensioenfonds onder de wetgeving.
Op grond van Artikel 4 SFDR moeten financiële instellingen rapporteren over hoe wordt omgegaan met de belangrijkste ongunstige effecten van de beleggingsbeslissingen op mens, milieu en samenleving. Dit doen we via de ‘Verklaring ongunstige effecten’ (PAI) op de website en een jaarlijks overzicht. Ook classificeert het fonds de pensioenregeling in termen van SFDR als een artikel 8 product, waarmee wordt aangegeven dat het fonds duurzame kenmerken promoot. Het fonds voldoet aan de wettelijke transparantie-eisen door het publiceren van duurzaamheidsinformatie en pre-contractuele documenten op de website en de periodieke rapportage in het jaarverslag.
Jaarverslag Verantwoord Beleggen
In een apart Jaarverslag Verantwoord Beleggen gaan we dieper in op ons beleid en de uitvoering hiervan in 2024.