Spring naar inhoud

Jaarrekening

9.1 Balans per 31 december 2024

(bedragen x € 1.000)       31-12-2024       31-12-2023
  Ref.              
ACTIVA                
                 
Beleggingen voor risico pensioenfonds 1              
Vastgoedbeleggingen   243.654       229.180    
Aandelen   1.457.436       1.159.753    
Vastrentende waarden   2.865.058       2.783.260    
Derivaten   111.197       149.480    
Overige beleggingen   21.850       0    
        4.699.195       4.321.673
                 
Vorderingen en overlopende activa 2     27.239       26.449
                 
Overige activa 3     6.705       4.986
                 
TOTAAL ACTIVA       4.733.139       4.353.108
                 
PASSIVA                
                 
Stichtingskapitaal en reserves 4     614.078       483.818
                 
Technische voorzieningen                
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico pensioenfonds 5     3.973.870       3.680.542
                 
Derivaten 6     119.627       40.960
                 
Overige schulden en overlopende passiva 7     25.564       147.788
                 
TOTAAL PASSIVA       4.733.139       4.353.108

9.2 Staat van baten en lasten

(bedragen x € 1.000)       2024       2023
  Ref.              
BATEN                
                 
Premiebijdragen voor risico pensioenfonds 8     133.334       114.037
                 
Beleggingsresultaten voor risico pensioenfonds 9     407.078       329.269
                 
Overige baten 10     632       341
                 
TOTAAL BATEN       541.044       443.647
                 
LASTEN                
                 
Pensioenuitkeringen 11     103.063       98.297
                 
Pensioenuitvoeringskosten 12     11.105       10.778
                 
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds 13              
Pensioenopbouw   93.617       67.549    
Toeslagverlening   89.270       80.834    
Korting van aanspraken en rechten   0       0    
Rentetoevoeging   125.394       109.926    
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -106.178       -101.706    
Wijziging marktrente   86.015       106.516    
Wijziging actuariële grondslagen   8.913       10.465    
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -4.245       -30.822    
Overige mutaties   542       2.589    
        293.328       245.351
                 
Saldo overdrachten van rechten 14     3.251       29.692
                 
Overige lasten 15     37       118
                 
TOTAAL LASTEN       410.784       384.236
                 
Saldo van baten en lasten       130.260       59.411
                 
Bestemming van het saldo van baten en lasten                
Algemene reserve       130.260       59.411
Totaal saldo van baten en lasten       130.260       59.411
                 
                 

9.3 Kasstroomoverzicht

(bedragen x € 1.000)       2024        2023 
                 
Kasstroom uit pensioenactiviteiten                
                 
Ontvangsten                
Premies   132.609       110.114    
Inkomende waardeoverdrachten   7.555       16.109    
Overig ontvangsten   597       268    
        140.761       126.491
Uitgaven                
Pensioenuitkeringen   -103.124       -98.895    
Uitgaande waardeoverdrachten   -10.806       -45.801    
Pensioenuitvoeringskosten   -11.735       -10.428    
Overigo uitgaven   0       0    
        -125.665       -155.124
                 
Totaal kasstroom uit pensioenactiviteiten       15.096       -28.633
                 
Kasstroom uit beleggingsactiviteiten                
                 
Ontvangsten                
Verkopen en aflossingen van beleggingen *   3.539.834       4.117.174    
Directe beleggingsopbrengsten   57.653       46.558    
Mutatie collateral   -125.502       119.458    
        3.471.985       4.283.190
Uitgaven                
Aankopen beleggingen   -3.452.244       -4.285.690    
Kosten vermogensbeheer   -6.378       -4.601    
        -3.458.622       -4.290.291
                 
Totaal kasstroom uit beleggingsactiviteiten       13.363       -7.101
                 
Nettokasstroom       28.459       -35.734
Koers-/omrekenverschillen                
Mutatie liquide middelen       28.459       -35.734
                 
Liquide middelen per 1 januari       14.926       50.660
Liquide middelen per 31 december       43.385       14.926
Mutatie liquide middelen **       28.459       -35.734

9.4 Toelichting op de jaarrekening

Algemeen

Activiteiten

Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf (hierna 'het pensioenfonds'), is statutair en feitelijk gevestigd aan Europaweg 27 te Groningen. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41149725.

Doelstelling van het pensioenfonds is het verlenen van pensioenen aan deelnemers, gewezen deelnemers en hun nabestaanden met inachtneming van de statuten en reglementen. Het pensioenfonds probeert dit doel te bereiken door premies te innen bij de aangesloten ondernemingen. De gelden worden belegd en beheerd en het pensioenfonds doet daaruit uitkeringen bij ouderdom en overlijden.

Overeenstemmingsverklaring

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn RJ 610 Pensioenfondsen. Het bestuur heeft op 20 juni 2025 de jaarrekening opgemaakt.

Referenties

In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.

Grondslagen

Algemene grondslagen

Alle bedragen in de jaarrekening zijn vermeld in euro's x 1.000, tenzij anders is aangegeven.

Continuïteitsveronderstelling

De jaarrekening is opgesteld op basis van 'going-concern'-uitgangspunten.

Opname van een actief of een verplichting

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Verantwoording van baten en lasten

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot een actief of een verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post 'nog af te wikkelen transacties'. Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.

Saldering van een actief en een verplichting

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.

Vreemde valuta

Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van het pensioenfonds.

Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.

De koersen van de belangrijkste valuta zijn:

    31-12-2024   Gemiddeld 2024   31-12-2023   Gemiddeld 2023
                 
USD   1,0355   1,0701   1,1047   1,0860
GBP   0,8268   0,8467   0,8665   0,8769
JPY   162,7392   159,2364   155,7336   148,2759

Vergelijking met vorig boekjaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

Schattingswijziging

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.

De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

Ultimo 2024 zijn de volgende actuariële grondslagwijzigingen voor in totaal € 8.913 doorgevoerd waarvan het totaaleffect op de dekkingsgraad -0,2%-punt is. 

  • Overstap van Prognosetafel AG2022 naar Prognosetafel AG2024. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 7.075. Het effect hiervan op de dekkingsgraad is 0,1%-punt positief.
  • Overstap van ervaringssterftecorrectie 2022 naar ervaringssterftecorrectie 2024. Dit leidt tot een stijging van de voorziening pensioenverplichtingen met € 17.385 en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,4%-punt.
  • Overstap van de partnerfrequentie CBS 2022 inclusief samenwonend naar partnerfrequentie CBS 2024 inclusief samenwonend. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 431 en heeft een positief effect de dekkingsgraad van 0,0%-punt.
  • Overstap van een wezenopslag op onbepaald partnerpensioen van 0,48% naar 0,45%. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 966 en een bijbehorende effect op de dekkingsgraad van 0,0%-punt.

Dekkingsgraden

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Hierbij wordt steeds gebruikgemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

De (nominale) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden en negatieve derivaten te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans. De reële dekkingsgraad wordt berekend als de dekkingsgraad gedeeld door de Toekomstbestendige Indexatie grens (TBI-grens).

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Beleggingen

Algemeen

De beleggingen worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Het begrip marktwaarde is te beschouwen als synoniem van reële waarde. Onder waardering op marktwaarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn.

De waardering van participaties in beleggingsinstellingen geschiedt tegen marktwaarde. Voor beursgenoteerde beleggingsinstellingen is dit de marktnotering per balansdatum. De waardering in niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen geschiedt tegen actuele waarde.

Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.

Vastgoedbeleggingen

Beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen de per balansdatum geldende beurskoers. De marktwaarde van niet-beursgenoteerde (indirecte) vastgoedbeleggingen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van de niet-beursgenoteerde vastgoedbelegging per balansdatum.

Aandelen

Beursgenoteerde aandelen en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum.

De actuele waarde van niet-beursgenoteerde aandelen en participaties in beleggingsfondsen is gebaseerd op het aandeel dat het pensioenfonds heeft in het eigen vermogen van het niet-beursgenoteerde aandeel per balansdatum.

Private equity beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde, zijnde de intrinsieke waarde. Deze waarde wordt ontleend aan de meest recente rapportages van de fundmanagers, gecorrigeerd voor de kasstromen in de periode tot balansdatum. Daarnaast wordt bij de waardering rekening gehouden met eventuele negatieve gevolgen van materiële gebeurtenissen in het verslagjaar na ontvangst van deze rapportages. De managers bepalen de waarde op basis van lokale wet- en regelgeving.

Vastrentende waarden

Beursgenoteerde vastrentende waarden en participaties in beursgenoteerde beleggingsinstellingen zijn gewaardeerd tegen marktwaarde, zijnde de beurswaarde per balansdatum.

Indien vastrentende waarden of participaties in beleggingsinstellingen niet-beursgenoteerd zijn, vindt waardebepaling plaats op basis van de geschatte toekomstige nettokasstromen (rente en aflossingen) die uit de beleggingen zullen voortvloeien, contant gemaakt tegen de ultimo boekjaar geldende marktrente en rekening houdend met het risicoprofiel (kredietrisico; oninbaarheid) en de looptijden.

De lopende interest op vastrentende waarden wordt gepresenteerd als onderdeel van de marktwaarde van de vastrentende waarden.

Derivaten

Derivaten worden gewaardeerd op reële waarde, te weten de relevante marktnoteringen of, als die niet beschikbaar zijn, de waarde die wordt bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen.

Indien een derivatenpositie negatief is wordt het bedrag onder de schulden verantwoord.

Overige beleggingen

Overige beleggingen worden gewaardeerd op marktwaarde. Indien geen marktwaarde beschikbaar is, wordt de waarde bepaald met behulp van marktconforme en toetsbare waarderingsmodellen.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.

Liquide middelen

Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen.

Stichtingskapitaal en reserves

Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds en overige technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.

De statutaire reserves en de overige wettelijke reserves die het pensioenfonds vormt, blijken op grond van artikel 2: 373 lid 1 BW afzonderlijk uit de balans.

Technische voorzieningen

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

De voorziening voor pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (ultimate forward rate). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.

Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen. De contante waarde wordt bepaald met gebruikmaking van de ultimate forward rentecurve, zoals gepubliceerd door DNB.

Bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen is uitgegaan van het op de balansdatum geldende pensioenreglement en van de over de verstreken deelnemersjaren verworven aanspraken. Jaarlijks wordt door het Bestuur besloten of toeslagen op de opgebouwde pensioenaanspraken worden verleend. Alle per balansdatum bestaande besluiten tot toeslagverlening (ook voor besluiten na balansdatum voor zover sprake is van ex-antecondities) zijn in de berekening begrepen. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige salarisontwikkelingen.

Bij de berekening van de voorziening wordt rekening gehouden met premievrije pensioenopbouw in verband met invaliditeit op basis van de contante waarde van premies waarvoor vrijstelling is verleend wegens arbeidsongeschiktheid. 

Bij de bepaling van de actuariële uitgangspunten wordt uitgegaan van voor de toezichthouder acceptabele grondslagen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzienbare trend in overlevingskansen:

  • De gehanteerde marktrente die gebaseerd is op de rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB, rekening houdend met een gemiddelde looptijd van de uitkeringen van 19,8 jaar (2023: 19,5 jaar). 
  • Overlevingstafels, te weten de prognosetafels AG2024 (2023: AG2022), startjaar 2025 (2023: startjaar 2024) met ervaringssterfte op basis van fondsspecifieke correctiefactoren ES2024 (2023: 2022).  
  • Partnerfrequentie, CBS 2024 inclusief samenwonend (2023: CBS 2022).  
  • (On)bepaald partnersysteem.
    Voor partnerpensioen is aangenomen dat de vrouwelijke partner 3 jaar jonger is dan de verzekerde man en de mannelijke partner 2 jaar ouder dan de verzekerde vrouw (2023: idem) 
  • Kostenopslag ter grootte van 2,7% van de voorziening voor pensioenverplichtingen in verband met toekomstige administratie- en excassokosten (2023: idem). 
  • Voorziening voor uitgesteld wezenpensioen: 0,24% (van de voorziening van uitgesteld partnerpensioen bij uitgesteld ouderdomspensioen (2023: idem).
  • Voorziening voor toekomstige pensioenopbouw arbeidsongeschikten: de contante waarde van de vrijgestelde (toekomstige) pensioenopbouw is voor 100% in de technische voorziening opgenomen. Ten behoeve van het inlooprisico (wachttijd voor WIA-uitkering 2 jaar) wordt een opslag ter grootte van 7,3% van de actuariële koopsom voor de pensioenopbouw in het boekjaar en het voorgaande boekjaar opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen (2023: idem). 
  • Voorziening in verband met niet-opgevraagde pensioenen: de berekende voorziening vermenigvuldigd met de kans dat het bedrag alsnog wordt opgevraagd. Deze kans is voor leeftijden tot de actuele pensioenrichtleeftijd 100%, op de actuele pensioenrichtleeftijd 50% en vervolgens per jaar met 10% aflopend naar 0% (2023: idem). Voor niet opgevraagd nabestaandenpensioen dient voor pensioenrichtleeftijd ingangsleeftijd gelezen te worden. 

Overige schulden en overlopende passiva

Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).

Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen

De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.

Premiebijdragen (van werkgevers en werknemers)

Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. De ambtshalve opgelegde premies waartegenover geen opbouw staat zijn uit het resultaat geëlimineerd. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. Eventuele opslagen op de premie zijn eveneens als premiebijdragen verantwoord.

Beleggingsresultaten risico pensioenfonds

Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waarde wijzigingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. (In)directe beleggingsresultaten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten.

Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.

Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden de externe kosten verstaan.

Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen en indirecte kosten vermogensbeheer e.d.

Pensioenuitkeringen

De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

Pensioenuitvoeringskosten

De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

Pensioenopbouw
Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau dat zij op balansdatum hebben.

Indexering en overige toeslagen
Het pensioenfonds streeft ernaar zowel de opgebouwde pensioenrechten van de actieve deelnemers als de ingegane pensioenen en de premievrije pensioenrechten (gewezen deelnemers) jaarlijks aan te passen aan de ontwikkeling van de prijsindex. De toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter. Dit betekent dat geen recht op toeslagen bestaat en dat het niet zeker is of en in hoeverre in de toekomst toeslagverlening kan plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de toeslagverlening kan onder voorwaarden binnen een periode van 5 jaar worden ingehaald.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de DNB-curve aan het begin van het verslagjaar.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten en uitkeringen in het verslagjaar.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder wijziging marktrente.

Wijzigingen actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening plaatsvindt tegen fondstarieven, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De tarieven van het pensioenfonds wijken af van de wettelijke tarieven.

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.

Saldo overdrachten van rechten

De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.

Overige baten en lasten

Overige baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is volgens de directe methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten. De liquide middelen in het kasstroomoverzicht zijn zowel de liquide middelen verantwoord onder "Overige activa" als de liquide middelen verantwoord onder "Beleggingen". De kasstromen uit directe beleggingsopbrengsten onder beleggingsactiviteiten zijn inclusief de derivatentransacties.

9.5 Toelichting op de balans per 31 december 2024

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Vastgoedbeleggingen   243.654   229.180
Aandelen   1.457.436   1.159.753
Vastrentende waarden   2.865.058   2.783.260
Derivaten   111.197   149.480
Overige beleggingen   21.850   0
Totaal   4.699.195   4.321.673
(bedragen x € 1.000)   Vastgoedbeleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2024   229.180   1.159.753   2.783.260   108.520   0   4.280.713
Aankopen   17.157   521.586   2.580.330   107.201   225.970   3.452.244
Verkopen   -5.300   -488.901   -2.589.196   -251.384   -188.210   -3.522.991
Herwaardering   2.730   285.687   69.316   -1.985   0   355.748
Overige mutaties   -113   -20.689   21.348   29.218   -15.910   13.854
Stand per 31 december 2024   243.654   1.457.436   2.865.058   -8.430   21.850   4.579.568
Schuldpositie derivaten (credit)                       119.627
Totaal                       4.699.195
(bedragen x € 1.000)   Vastgoedbeleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2023   253.785   1.139.792   2.466.814   -31.317   25.650   3.854.724
Aankopen   8.555   477.859   3.267.683   286.770   244.823   4.285.690
Verkopen   -5.298   -600.091   -3.041.145   -219.411   -242.123   -4.108.068
Herwaardering   -27.922   142.137   107.802   65.752   0   287.769
Overige mutaties   60   56   -17.894   6.726   -28.350   -39.402
Stand per 31 december 2023   229.180   1.159.753   2.783.260   108.520   0   4.280.713
Schuldpositie derivaten (credit)                       40.960
Totaal                       4.321.673

Vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed   243.654   229.128
Vorderingen   0   52
Totaal   243.654   229.180

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
CBRE Dutch Residential Fund IV   79.441   32,6%   73.894   32,2%
CBRE Pan European Core Fund   57.249   23,5%   58.824   25,7%
Prime Property Fund LLC   41.554   17,1%   40.359   17,6%
Invesco Core Real Estate USA   35.842   14,7%   38.293   16,7%
Totaal   214.086   87,9%   211.370   92,2%

Aandelen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Beusgenoteerde aandelen   1.195.985   907.809
Private equity   255.820   236.039
Vorderingen   5.631   15.905
Totaal   1.457.436   1.159.753

Het pensioenfonds belegt niet in de aangesloten ondernemingen.
Ultimo boekjaar zijn er geen posities binnen de betreffende beleggingscategorie met een belang groter dan 5%.

Vastrentende waarden

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Overheidsobligaties   967.567   772.832
Bedrijfsobligaties   360.885   295.692
Hypotheken   475.744   458.075
Overige obligaties   6.716   5.129
Private loans   60.232   49.420
Geldmarktfondsen   961.027   1.191.504
Vorderingen   18.057   668
Liquide middelen   14.830   9.940
Totaal   2.865.058   2.783.260

Ultimo boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0% van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
Nederland staatsobligaties   391.250   13,7%   336.502   12,1%
AEGON NV   335.010   11,7%   321.180   11,5%
Totaal   726.260   25,3%   874.856   23,6%
                 
                 
                 

Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Rentederivaten   110.230   134.253
Valutaderivaten   578   14.957
Overige derivaten   389   270
Totaal   111.197   149.480

Overige beleggingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Liquide middelen   21.850   0
Totaal   21.850   0

Voor rentederivaten met een positieve waarde zijn zekerheden gesteld voor € 21,9 miljoen. (2023: zekerheden ontvangen van € 15,8 miljoen). De derivatenpositie wordt nader toegelicht in de risicoparagraaf van deze jaarrekening.

De liquide middelen binnen de overige beleggingen hadden eind 2023 een negatieve waarde die samenhangt met de afwikkeling van derivatentransacties en zijn gepresenteerd bij de overige schulden. 

Securities lending

Ultimo 2024 heeft het fonds voor € 114,7 miljoen (€ 99,9 miljoen nominale waarde) aan stukken uitgeleend. Het daarvoor ontvangen onderpand bedraagt € 120,5 miljoen. In 2023 had het pensioenfonds voor € 109,2 miljoen (€ 89,5 miljoen nominale waarde) aan stukken uitgeleend, met een ontvangen onderpand van € 113,6 miljoen). 

Schattingen en oordelen

Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen actuele waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de actuele waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de actuele waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld derivaten zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. 

In de wijze waarop de waardering tot stand is gekomen kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Directe marktnotering   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderingsmodellen   Totaal
                 
Vastgoedbeleggingen   27.004   0   216.650   243.654
Aandelen   1.201.616   0   255.820   1.457.436
Vastrentende waarden   1.895.528   969.530   0   2.865.058
Derivaten   0   -8.430   0   -8.430
Overige beleggingen   0   21.850   0   21.850
Stand per 31 december 2024   3.124.148   982.950   472.470   4.579.568
(bedragen x € 1.000)   Directe marktnotering   Afgeleide
markt-noteringen
  Waarderingsmodellen   Totaal    
                     
Vastgoedbeleggingen   14.804   0   214.376   229.180    
Aandelen   923.714   0   236.039   1.159.753    
Vastrentende waarden   2.056.195   727.065   0   2.783.260    
Derivaten   0   108.520   0   108.520    
Overige beleggingen   0   0   0   0    
Stand per 31 december 2023   2.994.713   835.585   450.415   4.280.713    

Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden en een significante oordeelsvorming (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit, schatting van kasstromen, etc.) en kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld.

2. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Vorderingen op deelnemers van het pensioenfonds   3   3
Vorderingen op werkgevers   27.027   26.273
Overige vorderingen en overlopende activa   209   173
Totaal   27.239   26.449
Specificatie Vorderingen op werkgevers   31-12-2024   31-12-2023
         
Vorderingen op werkgevers   27.378   26.842
Voorziening dubieuze debiteuren   -351   -569
Totaal   27.027   26.273

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

3. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Liquide middelen   6.705   4.986
Totaal   6.705   4.986

De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds. Kredietfaciliteiten zijn niet van toepassing.

PASSIVA

4. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000)   Algemene reserve
     
Stand per 1 januari 2023   424.407
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   59.411
Stand per 31 december 2023   483.818
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   130.260
Stand per 31 december 2024   614.078

Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Feitelijke dekkingsgraad   115,5%   113,1%
Reële dekkingsgraad   86,9%   85,0%
Beleidsdekkingsgraad   116,9%   115,7%
(bedragen x € 1.000)   31-12-2024    
         
Stichtingskapitaal en reserves   614.078   115,5%
Minimaal vereist eigen vermogen   169.960   104,3%
Vereist eigen vermogen   596.609   115,0%

De (nominale) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het pensioenvermogen te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de (nominale) dekkingsgraden naar de meest actuele inzichten over de laatste 12 maanden.

De reële dekkingsgraad wordt berekend als de beleidsdekkingsgraad gedeeld door de Toekomstbestendige Indexatiegrens (TBI-grens).

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het fonds gebruik van het standaardmodel. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het fonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen onder de paragraaf risicobeheer.

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan als gevolg hiervan worden gekarakteriseerd als toereikend. De certificerend actuaris beschouwt de positie van het vermogen als voldoende.

Herstelplan

Ultimo 2023 was de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds 115,7% en lag daarmee boven de dekkingsgraad
van 115,4% die behoort bij het vereist eigen vermogen. Daarmee was het pensioenfonds in 2023 uit herstel en
hoefde door het pensioenfonds in 2024 geen herstelplan meer ingediend te worden. Die situatie is ongewijzigd omdat ultimo 2024 de beleidsdekkingsgraad (116,9%) boven de dekkingsgraad ligt die bij het vereist eigen vermogen hoort (115,0%).

Op grond van het financieel toetsingskader moet een pensioenfonds jaarlijks een haalbaarheidstoets uitvoeren en moet het pensioenfonds laten zien dat het afgesproken premiebeleid reëel en haalbaar is, alsook dat het pensioenfonds een voldoende herstelkracht heeft vanuit het niveau van de minimaal vereiste dekkingsgraad. Per 1 januari 2026 zal het pensioenfonds 'invaren' in het nieuwe pensioenstelsel (Wtp). Op grond hiervan hoefde in 2024 geen haalbaarheidstoets te worden ingediend bij DNB.

Statutaire regelingen omtrent de bestemming van het saldo van baten en lasten

Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het fonds. De bestemming is nader uitgewerkt in de ABTN.

Het positief saldo van de staat van baten en lasten van € 130.260 over 2024 is toegevoegd aan de algemene reserve.

5. Technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds   3.973.870   3.680.542
Totaal   3.973.870   3.680.542

Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Stand per 1 januari   3.680.542   3.435.191
Pensioenopbouw   93.617   67.549
Toeslagverlening   89.270   80.834
Rentetoevoeging   125.394   109.926
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -106.178   -101.706
Wijziging marktrente   86.015   106.516
Wijziging actuariële grondslagen   8.913   10.465
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -4.245   -30.822
Overige mutaties   542   2.589
Stand per 31 december   3.973.870   3.680.542

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 3,439% (2023: 3,264%), op basis van de éénjaarsrente van de RTS aan het begin van het verslagjaar.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele RTS. Het effect van de verandering van de RTS wordt verantwoord onder het onderdeel wijziging marktrente.

De gemiddelde rente waarop de pensioenverplichtingen is gebaseerd is als volgt:

    Rentepercentage per 31 december
2022   2,50
2023   2,29
2024   2,10

Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien. 

Effect aanpassing actuariële grondslagen

Ultimo 2024 zijn de volgende grondslagwijzigingen voor in totaal € 8.913 duizend doorgevoerd waarvan het totaaleffect op de dekkingsgraad -0,2%-punt is.

  • Overstap van Prognosetafel AG2022 naar Prognosetafel AG2024. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 7.075 duizend. Het effect hiervan op de dekkingsgraad is 0,10%-punt positief.
  • Overstap van ervaringssterftecorrectie 2022 naar ervaringssterftecorrectie 2024. Dit leidt tot een stijging van de voorziening pensioenverplichtingen met € 17.385 duizend en heeft een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,4%-punt.
  • Overstap van de partnerfrequentie CBS 2022 inclusief samenwonend naar partnerfrequentie CBS 2024 inclusief samenwonend. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 431 duizend en heeft een positief effect de dekkingsgraad van, afgerond, 0,0%-punt.
  • Overstap van een wezenopslag op onbepaald partnerpensioen van 0,48% naar 0,45%. Dit leidt tot een daling van de voorziening pensioenverplichtingen met € 966 duizend en een bijbehorende effect op de dekkingsgraad van, afgerond, 0,0%-punt.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Toevoeging aan de technische voorziening   10.909   17.753
Onttrekking aan de technische voorziening   -15.154   -48.575
Totaal   -4.245   -30.822

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Resultaat op kanssystemen:        
- Sterfte   -2.260   447
- Arbeidsongeschiktheid   5.677   1.897
- Mutaties   -2.875   245
Totaal   542   2.589

De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieve deelnemers   1.435.680   35.636   1.322.130   34.857
Gewezen deelnemers   1.207.590   85.650   1.101.784   85.680
Pensioengerechtigden   1.226.492   25.365   1.161.443   24.625
Opslag toekomstige uitvoeringskosten   104.108       95.185    
Totaal   3.973.870   146.651   3.680.542   145.162

Korte beschrijving pensioenregeling in 2024

De pensioenregeling wordt gekenmerkt als een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling met een pensioenleeftijd van 68 jaar. Jaarlijks wordt een aanspraak op ouderdomspensioen opgebouwd over het in dat jaar geldende pensioengevend salaris. Het pensioengevend salaris is gelijk aan het sociale verzekeringsloon (SV-loon) van het betreffende boekjaar. Over dit pensioensalaris wordt na aftrek van de franchise een ouderdomspensioen opgebouwd. Daarnaast bestaat er recht op nabestaanden- en wezenpensioen. Deelname aan de regeling is met ingang van 1 januari 2024 vanaf de leeftijd van 18 jaar. Jaarlijks beslist het bestuur van het pensioenfonds in hoeverre de opgebouwde aanspraken worden geïndexeerd. Overeenkomstig artikel 10 van de Pensioenwet is de pensioenregeling gekwalificeerd als een uitkeringsovereenkomst.

De inhoud van de pensioenregeling is het resultaat van het overleg tussen cao-partijen. De huidige pensioenregeling, voor deelnemers geboren op of na 1 januari 1950, is van kracht vanaf 1 januari 2006 en laatstelijk gewijzigd per 1 juni 2024.

De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Pensioensysteem: Uitkeringsovereenkomst in de vorm van een middelloonregeling. De pensioenuitkering is gebaseerd op een opbouwpercentage van het pensioengevend salaris dat gemiddeld verdiend is tijdens de deelnemingsperiode minus de franchise.
    Pensioenleeftijd: 68 jaar.
  • Toetredingsleeftijd: Een werknemer die in dienst is bij een werkgever die is aangesloten bij het Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf neemt verplicht deel aan de pensioenregeling. Per 1 januari 2024 gaat de deelname in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 18 jaar wordt (dit was 20 jaar).  
  • Pensioengevend salaris: Het voor de werknemer geldende loon in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen in het boekjaar (SV-loon).
  • Opbouwpercentage middelloon: Voor de berekening van de aanspraken op jaarlijks ouderdomspensioen geldt per jaar van deelneming een percentage van het pensioengevend salaris minus de jaarlijks vastgestelde franchise.
  • De opbouw van ouderdomspensioen bedraagt in 2024 1,6% (2023: 1,35%) per jaar.

Partnerpensioen: Het partnerpensioen bedraagt maximaal 70% van het opgebouwde of te behalen ouderdomspensioen.

Wezenpensioen: Het wezenpensioen bedraagt voor elk kind 14% van het opgebouwde of te behalen ouderdomspensioen en wordt uitgekeerd tot 18 jaar. Wanneer een wees na de 18-de verjaardag recht heeft op kinderbijslag of recht heeft op studiefinanciering, kan er een recht bestaan op een wezenpensioen tot 27 jaar. Als beide ouders overlijden, wordt het wezenpensioen verdubbeld tot 28% van het jaarlijkse ouderdomspensioen.

Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid: Bij arbeidsongeschiktheid volgens de WIA of WAO wordt de pensioenopbouw geheel of gedeeltelijk voortgezet, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. De financiering van de voortzetting van pensioenopbouw komt voor rekening van het pensioenfonds.

Toeslagverlening

De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het fonds. Dit heeft plaatsgevonden in december 2024. Er bestaat een ambitie om jaarlijks de pensioenrechten en pensioenaanspraken aan te passen.

De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. De vaststelling van het toeslagpercentage voor zowel actieve en arbeidsongeschikte deelnemers als voor gepensioneerde en premievrije deelnemers wordt in principe afgeleid van de stijging van het consumentenprijsindexcijfer voor alle bestedingen (afgeleid) tussen 1 april van het voorafgaande jaar en 1 april in het jaar waarop de toeslag betrekking heeft. De stijging bedroeg tussen 1 april 2023 en 1 april 2024 2,3%. Op basis van de toeslagregels conform het financiële toetsingskader van het huidige pensioenstelsel kan het pensioenfonds een toeslag verlenen van 0,7%. Het bestuur van het pensioenfonds heeft echter besloten om voor de toeslag per 1 januari 2025 gebruik te maken van de verruimde aanvullende wettelijke maatregel volgens de AMvB. Hierdoor worden de pensioenrechten en pensioenaanspraken per 1 januari 2025 verhoogd met 2,3% (1 januari 2024: 2,25%).

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het fonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het fonds, en daarvoor zijn beleggingsresultaten een belangrijk element.

Specificatie toeslagverlening premievrije deelnemers en de gepensioneerden:

Gewezen deelnemers en pensioengerechtigden   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2020   1,52%   0,00%   1,52%    
2021   1,53%   0,00%   1,53%    
2022   10,69%   1,00%   9,59%    
2023   4,50%   2,25%   2,20%    
2024   2,30%   2,30%   0,00%   17,42%

Inhaaltoeslagen

Onder bepaalde omstandigheden kunnen inhaaltoeslagen worden toegekend. Inhaaltoeslagen zijn toeslagen die worden toegezegd, voor zover in het verleden niet voor 100% is geïndexeerd. Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een hoge dekkingsgraad vereist. Inhaaltoeslagen zijn daarom op korte termijn niet te verwachten. Het bestuur van het pensioenfonds geeft in haar jaarrekening elk jaar een specificatie van het verschil tussen de volledige en de werkelijk toegekende toeslagen. 

Het pensioenfonds heeft in de ABTN vastgelegd dat uitvoering van het besluit tot compensatie van in het verleden gemiste indexaties en of in het verleden doorgevoerde kortingen moet geschieden binnen vijf jaar na het oorspronkelijke indexatie- of kortingsmoment. Indien de compensatie van de gemiste indexatie of in het verleden doorgevoerde korting niet binnen deze termijn kan worden toegekend, komt zij te vervallen.

Daarom is in de volgende twee tabellen enkel de inhaalindexatie opgenomen die aan de deelnemer toegekend zou kunnen worden mits het fonds daarvoor voldoende middelen heeft.

Toeslagen worden verleend over het boekjaar en toegekend met ingang van 1 januari van het volgend boekjaar.

Specificatie toeslagverlening actieven:

Actieve deelnemers   Volledige
toeslag-
verlening
  Toegekende
toeslagen
  Verschil   Cumulatief
verschil (t.o.v.
ambitie)
                 
2020   1,52%   0,00%   1,52%    
2021   1,53%   0,00%   1,53%    
2022   10,69%   1,00%   9,59%    
2023   4,50%   2,25%   2,20%    
2024   2,30%   2,30%   0,00%   17,42%

Het toeslagpercentage is bepaald over het lopende boekjaar en gaat in per 1 januari van het daaropvolgende jaar.

6. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Derivaten   119.627   40.960
Totaal   119.627   40.960

Een specificatie van de derivaten is opgenomen in de risicoparagraaf. 

7. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024   31-12-2023
         
Beleggingscrediteuren   17.726   139.272
Belastingen en premie sociale verzekeringen   2.180   2.207
Overige schulden en overlopende passiva   5.598   6.252
Pensioenuitkeringen   16   37
Premiecrediteuren   44   20
Totaal   25.564   147.788

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.
De overige schulden bevatten voor € 1.8 miljoen een bedrag aan nog af te kopen klein pensioen (2023: € 1,9 miljoen).

(bedragen x € 1.000)        
Specificatie Beleggingscrediteuren   31-12-2024   31-12-2023
         
Nog af te wikkelen beleggingstransacties   5.160   1.204
Onderpand verplichtingen   12.566   138.068
Totaal   17.726   139.272

9.6 Risicobeheer

Het fonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het fonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor het fonds.

  • Beleggingsbeleid;
  • Premiebeleid;
  • Toeslagbeleid.

De keuze en toepassing van beleidsinstrumenten vindt plaats na uitvoerige analyses ten aanzien van te verwachten ontwikkelingen van de verplichtingen en de financiële markten. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van de continuïteitsanalyse en de Asset Liability Management-studie (ALM-Studie)

De uitkomsten van deze analyses vinden hun weerslag in jaarlijks door het bestuur vast te stellen beleggingsrichtlijnen die dienen als basis voor het te voeren beleggingsbeleid. De beleggingsrichtlijnen geven normen en limieten aan waarbinnen de uitvoering van het beleggingsbeleid door de vermogensbeheerders moet plaatsvinden. Deze uitgangspunten zijn vastgelegd in mandaatovereenkomsten met de vermogensbeheerders. De mandaten zijn gericht op actief vermogensbeheer.

Solvabiliteitsrisico's

Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen die door de toezichthouder worden opgelegd.

Indien de solvabiliteit van het pensioenfonds zich negatief ontwikkelt, bestaat het risico dat het pensioenfonds de premie voor ondernemingen en deelnemers moet verhogen en het risico dat er geen ruimte beschikbaar is voor een eventuele toeslagverlening op opgebouwde pensioenrechten. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen.

De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:

Ontwikkeling dekkingsgraad   2024   2023
         
Dekkingsgraad per 1 januari   113,1%   112,4%
Premie   0,2%   0,7%
Uitkeringen   0,4%   0,4%
Toeslagen/korting   -2,5%   -2,6%
Wijziging rentetermijnstructuur   -2,6%   -3,3%
Rendement   7,2%   5,7%
Wijziging actuariële grondslagen   -0,2%   -0,3%
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   0,0%   0,0%
Overige mutaties   -0,1%   0,1%
Dekkingsgraad per 31 december   115,5%   113,1%

Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient het pensioenfonds buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers (buffers plus de pensioenverplichtingen heten samen het vereist vermogen) wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de pensioenfondsspecifieke restrisico's (na afdekking).

Ultimo 2024 is aan de hand van het standaardmodel van de toezichthouder per risicofactor de vereiste solvabiliteit bepaald, die uitkomt op 115,0% (2023: 115,4%).

De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende surplus (2023: tekort) aan het einde van het boekjaar is als volgt:

Vereist Eigen Vermogen   2024   2023
         
S1 Renterisico   2,2%   2,4%
S2 Risico zakelijke waarden   11,5%   11,5%
S3 Valutarisico   3,4%   3,1%
S4 Grondstoffenrisico   0,0%   0,0%
S5 Kredietrisico   2,9%   3,3%
S6 Verzekeringstechnisch risico   3,3%   3,3%
S7 Liquiditeitsrisico   0,0%   0,0%
S8 Concentratierisico   0,0%   0,0%
S9 Operationeel risico   0,0%   0,0%
S10 Actief beheerrisico   0,4%   0,0%
Diversificatie-effect   -8,7%   -8,2%
Vereist Eigen Vermogen per 31 december   15,0%   15,4%
(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Vereist pensioenvermogen   4.570.479   4.247.046
Voorziening pensioenverplichtingen   3.973.870   3.680.542
Vereist eigen vermogen   596.609   566.504
Aanwezig pensioenvermogen (Totaal activa -/- schulden)   614.078   483.818
Surplus/Tekort   17.469   -82.686

Beleggingsrisico

De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt-, krediet- en liquiditeitsrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin het pensioenfonds op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (zogeheten manager- en custody-risico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, die in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het Bestuur. Het Bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.

Renterisico (S1)

Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duration. De duration is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren.

Het beleid van het fonds is erop gericht om de 'duration mismatch', dat wil zeggen het looptijdverschil tussen de beleggingen en de pensioenverplichtingen te verkleinen. Hierdoor neemt het renterisico dat het pensioenfonds loopt af. Het beleid van het pensioenfonds is om het renterisico voor 80% af te dekken (2023: 75%). Hierbij worden grenzen van 75%-85% (2023: 70%-80%) gehanteerd. Het pensioenfonds realiseert dit bijvoorbeeld door meer langlopende obligaties te kopen in plaats van aandelen (aandelen hebben per definitie een duration van nul), binnen de portefeuille kortlopende obligaties vervangen door langlopende obligaties of door middel van renteswaps. Bij een renteswap wordt een vaste lange rente geruild tegen een variabele korte rente. Het pensioenfonds ontvangt in dit geval een lange rente, vergelijkbaar met de kasstroom van een langlopende obligatie en betaalt daarvoor een variabele korte rente (bijvoorbeeld Euribor).

De duratie en het effect van de renteafdekking kan als volgt worden samengevat:

    31-12-2024       31-12-2023    
                 
    Waarde   Duration   Waarde   Duration
                 
Vastrentende waarden (excl. derivaten)   2.865.058   5,3   2.783.260   5,3
(Nominale) pensioenverplichtingen   3.973.870   19,8   3.680.542   19,5

De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Resterende looptijd < 5 jaar   1.271.878   44,4%   1.442.797   51,8%
Resterende looptijd 5 < > 10 jaar   294.199   10,3%   241.963   8,7%
Resterende looptijd 10 < > 20 jaar   350.793   12,2%   395.265   14,2%
Resterende looptijd > 20 jaar   948.188   33,1%   703.235   25,3%
Totaal   2.865.058   100,0%   2.783.260   100,0%

De presentatie van de vastrentende waarden in bovenstaande looptijden hangt samen met het langetermijnkarakter van de investeringen van het pensioenfonds en het hiermee samenhangende beleid en dient ter vergelijking met de looptijden van de verplichtingen zoals in onderstaand overzicht weergegeven.

De resterende looptijd van de verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Resterende looptijd < 5 jaar   526.213   13,2%   493.474   13,4%
Resterende looptijd 5 < > 10 jaar   567.161   14,3%   531.060   14,4%
Resterende looptijd 10 < > 20 jaar   1.110.127   27,9%   1.041.712   28,3%
Resterende looptijd > 20 jaar   1.770.369   44,6%   1.614.296   43,9%
Totaal   3.973.870   100,0%   3.680.542   100,0%

Risico zakelijke waarden (S2)

Het zakelijkewaardenrisico is het risico dat de waarde van de zakelijke waarden (voornamelijk aandelen, beursgenoteerd indirect vastgoed en converteerbare obligaties) verandert door veranderingen in de marktprijzen voor deze waarden. Het structurele marktrisico wordt beheerst binnen het ALM-proces. Daarin wordt een zodanige beleggingsmix vastgesteld dat het marktrisico acceptabel is. De feitelijke beleggingsmix mag binnen vastgestelde bandbreedtes afwijken van de ALM-beleggingsmix. Voor de beheersing van het marktrisico in samenhang met het renterisico wordt gebruikgemaakt van derivaten.

Valutarisico (S3)

Voor zowel vastrentende waarden als aandelen wordt actief valutabeleid gevoerd. Uitgangspositie is tot maximaal 20% valutarisico voor vastrentende waarden. In de aandelenportefeuille wordt het valutarisico dat wordt gelopen op de posities in Amerikaanse dollar, het Britse pond en de Japanse yen afgedekt. Het percentage dat niet in euro's wordt belegd bedraagt ultimo 2024 circa 30,1% (2023: 25,2%) van de beleggingsportefeuille en is voor 16,8% (2023: 13,4%) afgedekt naar de euro. Onafgedekt is derhalve 13,3% (2023: 11,7%). Per einde boekjaar is de waarde van de uitstaande valutatermijncontracten €  -24,3 miljoen (2023: € 12,8 miljoen).

Een restrisico betreft de categorie overige valuta; deze valuta betreffen onder andere Hong Kong Dollar, Canadese Dollar en Zwitserse Frank. Het bestuur heeft besloten om deze risico's niet af te dekken. In de solvabiliteitstoets van het fonds is in de buffers voor het valutarisico rekening gehouden met bovenstaande valutaposities en afdekkingen.

De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

        31-12-2024    
2024   Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Nettopositie
na afdekking
             
EUR   3.206.239   750.101   3.956.340
             
GBP   36.187   -66.496   -30.309
JPY   53.761   -48.654   5.107
USD   1.062.670   -659.230   403.440
Overige   227.233   0   227.233
Totaal   4.586.090   -24.279   4.561.811

De valutapositie van de beleggingen per 31 december 2023 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

        31-12-2023    
2023   Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
             
EUR   3.203.633   586.668   3.790.301
             
GBP   25.967   -54.104   -28.137
JPY   47.908   -43.907   4.001
USD   802.123   -475.808   326.315
Overige   201.082   0   201.082
Totaal   4.280.713   12.849   4.293.562

Prijsrisico

Prijsrisico is het risico van waarde wijzigingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren.

Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het pensioenfonds. In aanvulling hierop maakt het pensioenfonds voor afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals opties en futures.

Naast de strategische mix heeft het fonds in het mandaat aan de vermogensbeheerders richtlijnen gesteld aan het maximale percentage dat namens het fonds in een sector, land of tegenpartij mag worden belegd. Naleving van deze richtlijnen vindt plaats door de beleggingscommissie op basis van periodieke rapportages die door de vermogensbeheerder worden verstrekt.

De segmentatie van de aandelen naar regio is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Europa EU   274.863   18,9%   233.717   20,2%
Europa non-EU   33.655   2,3%   29.302   2,5%
Noord-Amerika   933.410   64,0%   683.092   58,9%
Zuid-Amerika   11.098   0,8%   9.254   0,8%
Zuidoost Azië   179.393   12,3%   158.227   13,6%
Midden-Oosten   6.243   0,4%   5.532   0,5%
Overige beleggingen   18.774   1,3%   40.629   3,5%
Totaal   1.457.436   100,0%   1.159.753   100,0%

Grondstoffenrisico (S4)

Pensioenfondsen die beleggen in grondstoffen (commodities) lopen het risico dat de waarde van deze beleggingen daalt.

Kredietrisico (S5)

Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het fonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het fonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan.

Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het fonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het fonds financiële verliezen lijdt.

Beheersing van dit risico door het fonds vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het fonds; het vragen van extra zekerheden zoals onderpand en dergelijke bij hypothecaire geldleningen en het uitlenen van effecten; het hanteren van prudente verstrekkingsnormen bij hypothecaire geldleningen. Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het fonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het fonds enkel gewerkt met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA overeenkomsten zijn afgesloten zodat posities van het fonds adequaat worden afgedekt door onderpand.

De samenstelling van de vastrentende waarden naar regio's kan als volgt worden samengevat:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Europa EU   2.294.258   80,1%   2.125.559   76,4%
Europa non-EU   64.754   2,3%   57.480   2,1%
Noord-Amerika   124.048   4,3%   235.368   8,5%
Zuid-Amerika   76.822   2,7%   949   0,0%
Zuidoost Azië   91.904   3,2%   84.771   3,0%
Midden-Oosten   6.441   0,2%   1.654   0,1%
Overige beleggingen   206.831   7,2%   277.479   10,0%
Totaal   2.865.058   100,0%   2.783.260   100,0%

De samenstelling van de vastrentende waarden naar sectoren is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Nederlandse overheidsinstellingen   387.565   13,5%   234.077   8,4%
Buitenlandse overheidsinstellingen   489.174   17,1%   445.628   16,0%
Financiële dienstverlening   1.858.966   64,9%   2.012.453   72,3%
Nijverheid en industrie   38.703   1,4%   35.181   1,3%
Overige   90.650   3,2%   55.921   2,0%
Totaal   2.865.058   100,0%   2.783.260   100,0%

De kredietwaardigheid van veel marktpartijen wordt ook door rating agencies beoordeeld. De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2024 gepubliceerd door Standard & Poor's is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
AAA   683.641   23,9%   517.143   18,6%
AA   885.926   30,9%   546.690   19,6%
A   224.533   7,8%   205.007   7,4%
BBB   318.619   11,1%   257.512   9,3%
Lager dan BBB   236.431   8,3%   201.433   7,2%
Geen rating   515.908   18,0%   1.055.475   37,9%
Totaal   2.865.058   100,0%   2.783.260   100,0%

Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)

Het verzekeringstechnische risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven), arbeidsongeschiktheid en het toeslagrisico.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen. 

Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor door het pensioenfonds geen voorzieningen zijn getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.

Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het fonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheidspensioen ('schadereserve'). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien.

Het fonds heeft deze risico's overwogen en verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnische risico ultimo 2024.

Liquiditeitsrisico (S7)

Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hierbij om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische en tactische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies.

Concentratierisico (S8)

Concentraties kunnen ertoe leiden dat het pensioenfonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen hiervan ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering.

Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio's, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door het pensioenfonds vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders en het Bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.

De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2% van het balanstotaal uitmaakt. Ultimo 2024 zijn de volgende posten met meer dan 2% van het balanstotaal aanwezig:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2024       31-12-2023    
                 
Staatsobligaties Nederland   391.250   8,3%   336.502   7,7%
AEGON NV   335.010   7,1%   321.180   7,4%
Totaal   726.260   15,3%   657.682   15,1%

Operationeel risico (S9)

Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het fonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken.

De beleggingsportefeuille is bij Goldman Sachs Asset Management ondergebracht. Deze partij is de Fiduciair Manager. Met Goldman Sachs Asset Management is een overeenkomst en een service level agreement gesloten. De afhankelijkheid van deze partij wordt beheerst doordat de bewaring van de stukken uit de portefeuille is ondergebracht bij custodian Bank of New York Mellon.

De pensioenuitvoering is uitbesteed aan pensioenuitvoerder TKP Pensioen B.V. Met TKP Pensioen B.V. is een uitbestedingsovereenkomst en een service level agreement (SLA) gesloten.

Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering van de vermogensbeheerders, custodian en TKP door middel van performancerapportages (alleen vermogensbeheerders), SLA-rapportages, In Control Statement (TKP) en onafhankelijk getoetste interne beheersingsrapportages (ISAE 3402 type II-rapportages).

Aangezien hiermee sprake is van adequate beheersing van de operationele risico's worden door het fonds hiervoor geen buffers aangehouden in de solvabiliteitstoets.

Actief beheerrisico (S10)

Een actief beheerrisico ontstaat wanneer met het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afgeweken wordt van het beleid volgens de benchmark. Een maatstaf voor de mate waarin sprake is van actief beheer is de zogenaamde 'tracking error'. De tracking error geeft aan hoe groot de afwijkingen van het rendement kunnen zijn ten opzichte van het benchmarkrendement. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief beheerrisico.

Het fonds heeft voor de verschillende aandelenmandaten limieten opgesteld voor de tracking error en de toegestane afwijkingen van de benchmark. Deze limieten zijn onderdeel van de contracten met de vermogensbeheerders. De betreffende vermogensbeheerders hebben aan deze richtlijnen voldaan.

Systeemrisico

Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het pensioenfonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor het pensioenfonds niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.

Derivaten

Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid wordt gebruikgemaakt van financiële derivaten. Hoofdregel die hierbij geldt, is dat derivaten uitsluitend worden gebruikt voor zover dit passend is binnen het beleggingsbeleid van het pensioenfonds. Derivaten worden hoofdzakelijk gebruikt om de hiervoor vermelde vormen van marktrisico mogelijk af te dekken.

Derivaten hebben als voornaamste risico het kredietrisico. Dit risico wordt beperkt door alleen transacties aan te gaan met goed te boek staande partijen en door zoveel mogelijk te werken met onderpand.

  • Futures: dit zijn standaard beursgenoteerde instrumenten waarmee snel posities kunnen worden gewijzigd. Futures worden gebruikt voor het tactische beleggingsbeleid. Tactisch beleggingsbeleid is slechts zeer beperkt mogelijk binnen de grenzen van het strategische beleggingsbeleid. 
  • Valutatermijncontracten: dit zijn met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het verkopen van een valuta en de aankoop van een andere valuta, tegen een vooraf vastgestelde prijs en op een vooraf vastgestelde datum. Door middel van valutatermijncontracten worden valutarisico's afgedekt. 
  • Renteswaps: dit betreft met individuele banken afgesloten contracten waarbij de verplichting wordt aangegaan tot het uitwisselen van rentebetalingen over een nominale hoofdsom. Door middel van swaps kan het pensioenfonds de rentegevoeligheid van de portefeuille beïnvloeden. 

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2024:

Type contract   Gemiddelde looptijd in jaren   Contract-
omvang
  Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve
waarde
                     
Rentederivaten   19,9   1.919.300   16.084   110.230   94.146
Valutaderivaten   0,1   -778.991   -24.279   578   24.857
Futures   0,2   58.415   -235   389   624
Vorderingen inzake derivaten       0   0   0   0
Totaal       1.198.724   -8.430   111.197   119.627

Ultimo 2024 zijn zekerheden gesteld voor de swaps voor een bedragen van € 21.850 en geen zekerheden ontvangen. ontvangen (2023: € 15.800 zekerheden ontvangen en geen zekerheden gesteld).

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2023:

Type contract   Gemiddelde looptijd in jaren   Contract-
omvang
  Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve
waarde
                     
Rentederivaten   23,0   1.731.500   95.483   134.253   38.770
Valutaderivaten   0,1   -573.880   12.849   14.957   2.108
Futures   0,2   25.372   188   270   82
Vorderingen inzake derivaten       0   0   0   0
Totaal per 31 december       1.182.992   108.520   149.480   40.960

9.7 Niet in de balans opgenomen regelingen

Langlopende contractuele verplichtingen

Het fonds heeft een uitbestedingsovereenkomst voor onbepaalde tijd afgesloten met TKP Pensioen BV met een opzegtermijn van één jaar. De vergoeding voor 2025 bedraagt circa € 7,2 miljoen.

Met Goldman Sachs Asset Management (GSAM) is een overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten voor het fiduciair beheer, met een opzegtermijn van 3 maanden voor het bestuur. De opzegtermijn voor GSAM is 12 maanden. De vergoeding voor 2025 bedraagt circa € 2,8 miljoen.

Ook is een overeenkomst voor onbepaalde termijn gesloten met de custodian Bank of New York Mellon met een opzegtermijn van 90 dagen. De vergoeding voor 2025 bedraagt circa € 0,5 miljoen.

Tenslotte heeft het fonds met Ortec Finance een overeenkomst voor onbepaalde tijd afgesloten met een opzegtermijn van 90 dagen. De vergoeding voor 2025 bedraagt circa € 0,4 miljoen.

Investeringsverplichtingen

Vooruitlopend op verwachte inkomende kasstromen bestaan er per balansdatum de volgende investerings-en stortingsverplichtingen (zogenaamde voorbeleggingen):

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Private equity   73.378   64.210
Totaal per 31 december   73.378   64.210
         
         
         

Voorwaardelijke verplichtingen

In 2018 is een claim financieel afgewikkeld.
Onderdeel van de afwikkeling is een voorwaardelijke terugbetaalverplichting voor de duur van 10 jaar. Hiertoe zijn obligaties verpand t.b.v. € 5.500 voor de duur van tien jaar eindigend op 15 januari 2028.

9.8 Verbonden partijen

Identiteit van verbonden partijen

Er is sprake van een relatie tussen Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf, de aangesloten werkgevers en de bestuurders van Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf. Voor zover van toepassing zijn transacties met verbonden partijen tegen marktconforme voorwaarden gerealiseerd.

Transacties met (voormalige) bestuurders

Inzake de beloning van bestuurders wordt verwezen naar de staat van baten en lasten bij de pensioenuitvoeringskosten. Er zijn geen leningen verstrekt aan, noch is er sprake van vorderingen op, (voormalige) bestuurders.

9.9 Toelichting op de staat van baten en lasten over 2024

8. Premiebijdragen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Pensioenpremie huidig jaar   132.785   112.971
Pensioenpremie voorgaande jaren   549   1.066
Totaal   133.334   114.037

De premieopbrengsten zijn niet gesplitst naar een werkgevers- en een werknemersdeel, omdat de totale premie volgens overeenkomst aan de werkgevers in rekening wordt gebracht. Een deel van de premie wordt door de werkgevers ingehouden op het salaris van de werknemers. Aangezien er geen directe relatie is tussen het werkgevers-en het werknemersdeel, worden deze niet afzonderlijk weergegeven.

De totale bijdrage van werkgever en werknemers bedraagt 28,0% (2023: 26,9%) van de pensioengrondslag (het salaris minus de franchise van € 17.545 (2023: € 16.322). De kostendekkende, gedempte en feitelijke premie zijn als volgt:

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Zuiver kostendekkende premie   126.252   93.629
Gedempte kostendekkende premie   111.563   110.326
Feitelijke premie   132.785   112.971

Toelichting feitelijke premie:

De opgelegde premie over 2024 bedraagt € 132.785 (2023: € 112.971). Deze premie is hoger dan de gedempte premie en lager dan de zuiver kostendekkende premie. Het pensioenfonds maakt gebruik van de mogelijkheid te premie te dempen.

Specificatie Zuiver kostendekkende premie

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke delen pensioenopbouw   93.617   67.549
Opslag voor instandhouding van het vereist eigen vermogen   15.772   12.797
Opslag voor uitvoeringskosten   8.062   6.859
Actuarieel benodigd voor risicodekking   8.801   6.424
Totaal   126.252   93.629

Specificatie Feitelijke premie

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke delen pensioenopbouw   93.617   67.260
Opslag voor instandhouding van het vereist eigen vermogen en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenopbouw   39.168   45.711
Totaal   132.785   112.971

Specificatie Gedempte kostendekkende premie

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Actuarieel benodigd voor onvoorwaardelijke delen pensioenopbouw   90.012   89.481
Opslag voor instandhouding van het vereist vermogen   8.470   8.774
Opslag voor uitvoeringskosten   8.062   6.859
Actuarieel benodigd voor risicodekking   5.019   5.212
Totaal   111.563   110.326

Het verschil tussen de zuivere kostendekkende premie en de gedempte premie wordt veroorzaakt doordat de actuarieel benodigde koopsom van de zuivere kostendekkende premie vastgesteld is op basis van de rentetermijnstructuur per 31 december 2023 en die van de gedempte kostendekkende premie op basis van de reële rendementscurve per 30 september 2020 met een afslag voor indexatie. De reële rendementscurve staat in beginsel voor een periode van vijf jaar vast.

De koopsom voor risicodekking behelst de koopsom voor het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico.

Bij de bepaling van de aan het boekjaar toe te rekenen premie is rekening gehouden met verleende premiekortingen en/of premieopslagen. In het boekjaar is geen korting verstrekt of opslag in rekening gebracht.

Van de opgelegde premie is de verbijzondering naar de diverse componenten zoals weergegeven bij de specificatie van de kostendekkende premie niet beschikbaar.

9. Beleggingsresultaten risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogensbeheer   Totaal    
                     
2024                    
Vastgoedbeleggingen   6.928   2.730   0   9.658    
Aandelen   23.304   285.687   -3.506   305.485    
Vastrentende waarden   30.479   69.316   -381   99.414    
Derivaten   -3.467   -1.985   0   -5.452    
Overige beleggingen   409   0   0   409    
Overige kosten vermogensbeheer           -2.436   -2.436    
Totaal   57.653   355.748   -6.323   407.078    

De kosten in bovenstaand overzicht wijken af van de gepresenteerde kosten in het jaarverslag. De indirecte kosten worden in het jaarverslag afzonderlijk gepresenteerd, terwijl in deze tabel de indirecte kosten onderdeel zijn van de directe en indirecte beleggingsopbrengsten, omdat ze praktisch onderdeel zijn van een transactie.

(bedragen x € 1.000)   Directe beleggings-
opbrengsten
  Indirecte beleggings-
opbrengsten
  Kosten vermogensbeheer   Totaal    
                     
2023                    
Vastgoedbeleggingen   6.477   -27.922   0   -21.445    
Aandelen   39.808   142.137   -3.322   178.623    
Vastrentende waarden   59   107.802   -438   107.423    
Derivaten   177   65.752   0   65.929    
Overige beleggingen   37   0   0   37    
Overige kosten vermogensbeheer           -1.298   -1.298    
Totaal   46.558   287.769   -5.058   329.269    

10. Overige baten

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Intrestbaten   362   323
Andere baten   38   18
Vrijval voorziening oninbare vorderingen   232   0
Totaal   632   341

De andere baten betreffen diverse slotuitkeringen inzake faillissementen.

11. Pensioenuitkeringen

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Ouderdomspensioen   78.673   74.908
Partnerpensioen   20.715   19.946
Wezenpensioen   194   191
Afkopen   3.481   3.252
Totaal   103.063   98.297

De post afkopen betreft de afkoop van pensioenen die lager zijn dan 50% van de wettelijke afkoopgrens. De wettelijke afkoop grens was in 2024 € 592,51 (2023: € 594.89) per jaar. 

12. Pensioenuitvoeringskosten

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Bestuurskosten   665   560
Kosten raad van toezicht en verantwoordingsorgaan   149   145
Kosten bestuursondersteuning   519   389
Administratiekostenvergoeding   6.412   6.262
Accountantskosten   224   116
Certificerend actuaris   59   51
Adviserend actuaris   88   93
Overige advieskosten   235   81
Contributies en bijdragen   514   594
Risicomanagement   376   396
Dwangsommen en boetes   0   0
Overige pensioenuitvoeringskosten   121   111
Project Wet toekomst pensioenen   1.146   1.549
Communicatiekosten   597   431
Totaal   11.105   10.778

De stijging van de pensioenuitvoeringskosten in 2024 wordt verklaard door een toename van kosten op het gebied van bestuursondersteuning, advies, administratie, communicatie en governance. De kosten voor de invoering Wet Toekomst Pensioen nam af.

In de bestuurskosten, kosten van het verantwoordingsorgaan en raad van toezicht zijn de vergoedingen aan de leden opgenomen.

Governancekosten        
Vergoeding bestuur   523    433
Vergoeding raad van toezicht   71    67
Vergoeding verantwoordingsorgaan   76    72
    670   572

Specificatie Accountantskosten

(bedragen x € 1.000)   Onafhankelijke accountant   Overige netwerk   Totaal
             
2024            
Controle van de jaarrekening   116   0   116
Andere niet-controlediensten   108   0   108
Totaal   224   0   224
(bedragen x € 1.000)   Onafhankelijke accountant   Overige netwerk   Totaal
             
2023            
Controle van de jaarrekening   108   0   108
Andere niet-controlediensten   0   0   0
Totaal   108   0   108

Aantal personeelsleden
Bij het pensioenfonds zijn evenals voorgaand jaar geen werknemers in dienst.

13. Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Pensioenopbouw   93.617   67.549
Toeslagverlening   89.270   80.834
Rentetoevoeging   125.394   109.926
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten   -106.178   -101.706
Wijziging marktrente   86.015   106.516
Wijziging actuariële grondslagen   8.913   10.465
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -4.245   -30.822
Overige mutaties   542   2.589
Totaal   293.328   245.351

14. Saldo overdracht van rechten

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Ontvangen waardeoverdrachten   -4.005   -3.227
Ontvangen WOD KP   -3.550   -12.882
Uitgaande waardeoverdrachten   6.693   9.541
Uitgaande WOD KP   4.113   36.260
Totaal   3.251   29.692

Waardeoverdracht betreft de ontvangst van of overdracht aan het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar van respectievelijk de vorige of nieuwe werkgever van de contante waarde van premievrije pensioenaanspraken van deelnemers, die tot de ontslagdatum zijn opgebouwd.

15. Overige lasten

(bedragen x € 1.000)   2024   2023
         
Interest lasten overig   37   29
Dotatie voorziening oninbare vorderingen   0   89
Totaal   37   118

9.10 Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die impact kunnen hebben op de jaarrekening.

Groningen, 20 juni 2025

Bestuur

R. Barnhoorn
C.M.W. Bongers-Hekking
R. Dik
W.J.A. Jacobs
W. Kannegieter
F.E. van de Looveren
P. Mannaert
J. Matelski
J.G.M. van Ophem
M.W. van Straten

De raad van toezicht heeft een goedkeuringsrecht op het besluit van het bestuur om het jaarverslag vast te stellen. Dat betekent niet dat de raad van toezicht het jaarverslag goedkeurt, maar wel dat de raad van toezicht heeft geconstateerd dat het vaststellingsbesluit van het bestuur op goede gronden is genomen. Als bevestiging hiervan heeft de raad van toezicht het jaarverslag ondertekend.

Raad van toezicht

B. Kramer
W.J.J. Ong
J.M. Plat