Spring naar inhoud

Het besturen van het pensioenfonds en naleving wet- en regelgeving

7.1 Algemeen

Het pensioenfonds draagt de verantwoordelijkheid voor een goede uitvoering van de pensioenregelingen voor (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en hun nabestaanden in overeenstemming met de bestaande wet- en regelgeving. De inhoud van de pensioenregeling wordt door de cao-partijen bepaald.

Het bestuur is verantwoordelijk voor de verwezenlijking van de doelstelling, de missie, visie en strategie van het pensioenfonds. 

Missie 
De missie van het pensioenfonds geeft aan waarvoor het pensioenfonds staat, wat de identiteit en de waarden zijn. Het pensioenfonds heeft zijn missie als volgt geformuleerd: 
‘Wij staan voor de verantwoordelijkheid om op basis van solidariteit en collectiviteit te zorgen voor een inkomen bij pensionering en overlijden.’ 

Visie 
Bij de missie hoort een visie die de basis vormt voor de positionering van het fonds: 

‘We werken samen aan een duurzaam en toekomstbestendig pensioenfonds.
Wij gaan voor een uitvoering van een pensioenregeling die is afgestemd op de behoeften van deelnemers én werkgevers. Het fonds neemt in de uitvoering zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op duurzaamheidsthema’s.
In al onze activiteiten zijn we kostenbewust.
Door samen te werken of samen te gaan met andere pensioenfondsen in ambachtelijke/industriële sectoren
realiseren we schaalvoordelen die op termijn leiden tot een hoger pensioenresultaat.’

Kernwaarden
Onze kernwaarden beschrijven de principes van ons fonds. Het zijn de waarden waarop onze organisatie is gebouwd en vormen de rode draad van ons handelen. Zij benadrukken de kern waar wij voor staan. 

  • Toekomstbestendig
  • Kostenbewust
  • Herkenbaar 
  • Zorgvuldig

In de uitvoering streeft het fonds naar een evenwichtige belangenafweging van alle belanghebbenden bij het fonds. 

Strategie
Om de missie en visie te bereiken hanteren we een strategie die de volgende speerpunten kent. Speerpunt betekent dat dit een prioriteit is in al ons handelen.
Onze strategische speerpunten zijn:
1. Een beheerste transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
2. Weten wat bij deelnemers speelt
3. Realiseren schaalvergroting
4. Verder vormgeven rendements- en duurzaamheidsdoelstellingen
5. Toekomstbestendige besturing van het pensioenfonds

Naar aanleiding van de missie, visie en strategie had het bestuur voor 2024 doelen gesteld. In paragraaf 7.5 gaat het bestuur hier nader op in en wordt inzichtelijk gemaakt in welk mate de doelen gerealiseerd zijn.

Beheerste en integere bedrijfsvoering
Wij hechten grote waarde aan een beheerste en integere bedrijfsvoering. Dit vormt de basis voor het vertrouwen van deelnemers, werkgevers en toezichthouders. In 2024 heeft het fonds verdere stappen gezet om de governance, risicobeheersing en compliance te versterken. 

Governance en interne beheersing
Als bestuur zijn wij eindverantwoordelijk voor de inrichting van een solide governance-structuur. De drie lijnen van verdediging zijn helder belegd:

  • Eerste lijn: de uitvoerende organisatie, verantwoordelijk voor het dagelijks risicobeheer.
  • Tweede lijn: de risicomanagement- en compliancefuncties, die onafhankelijk toezicht houden en adviseren.
  • Derde lijn: de interne auditfunctie, die periodiek toetst op effectiviteit van de beheersmaatregelen.

Risicobeheersing
Het risicomanagementbeleid is in 2024 geactualiseerd en afgestemd op de veranderende externe omgeving, waaronder de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Er is onder meer extra aandacht besteed aan strategische risico’s, zoals uitvoeringsrisico’s, IT-veiligheid en reputatierisico’s.

Integriteit en gedrag
Het pensioenfonds bevordert een cultuur van integriteit en openheid. Alle bestuursleden, leden van het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht en medewerkers van het bestuursbureau onderschrijven de gedragscode van het fonds.

Compliance en toezicht
De compliancefunctie ziet toe op naleving van wet- en regelgeving en interne richtlijnen. In 2024 zijn er interne online bewustwordingssessies georganiseerd op het vlak van compliance en privacy.

Evenwichtige belangenafweging
Als bestuur houden we bij beleidskeuzes rekening met de belangen van alle belanghebbenden: actieve deelnemers, gepensioneerden, gewezen deelnemers en werkgevers. Dit gebeurt vaak in de context van:

  • Premie- en indexatiebeleid
  • Communicatie over het nieuwe pensioenstelsel
  • Beleggingsbeleid en risicobereidheid

Bij het vaststellen van het premiebeleid is zorgvuldig gekeken naar de effecten voor zowel jongere als oudere deelnemers. Het bestuur heeft hierbij expliciet afgewogen in hoeverre het beleid leidt tot intergenerationele solidariteit en evenwichtige uitkomsten.

7.1.1 Gedragslijn AI en Ethiek voor de Pensioensector

De Gedragslijn AI en Ethiek voor de Pensioensector is opgesteld door de Pensioenfederatie en is in december 2024 van kracht geworden. 

Doel van de gedragslijn
De gedragslijn is bedoeld om pensioenfondsen handvatten te geven voor het verantwoord toepassen van kunstmatige intelligentie (AI). Hoewel AI veel kansen biedt, zoals betere dienstverlening en kostenbesparing, brengt het ook risico’s met zich mee, zoals:

  • Problemen met datakwaliteit
  • Privacy- en gegevensbeschermingsrisico’s
  • Gebrek aan uitlegbaarheid van AI-besluiten
  • Kans op discriminatie of uitsluiting
  • Incorrecte of onbedoelde uitkomsten

Belang van de gedragslijn
De bestaande wetgeving rondom AI is nog niet heel concreet voor pensioenfondsen. Daarom biedt deze gedragslijn een praktisch kader dat verder gaat dan de minimale wettelijke eisen. Het helpt fondsen om:

  • Transparant te zijn over het gebruik van AI
  • Verantwoorde keuzes te maken bij de inzet van AI
  • Rekening te houden met ethische overwegingen en maatschappelijke impact

Het pensioenfonds is in 2025 aan de slag met het uitwerken van de handvatten voor een verantwoord gebruik van AI.

7.2 Bestuursaangelegenheden

7.2.1 Algemeen

In het kader van goed pensioenfondsbestuur is statutair bepaald dat de bestuursleden een zittingstermijn van vier jaar hebben. Na afloop van een zittingstermijn is er de mogelijkheid tot herbenoeming. Om automatische herbenoemingen te voorkomen vindt voor het periodiek aftreden van het bestuurslid, een evaluatie van het functioneren plaats door het bestuur. 

In het kader van goed pensioenfondsbestuur is statutair bepaald dat de bestuursleden een zittingstermijn van vier jaar hebben. Met het oog op het aanstaande samengaan met pensioenfonds Zoetwaren, geldt voor iedere verbonden persoon (bestuurslid, VO-lid of RvT-lid) dat zij maximaal voor 4 jaar benoemd kunnen zijn of tot het moment dat het samengaan gerealiseerd wordt (al naar gelang welk moment als eerste bereikt wordt). Na afloop van een zittingstermijn is er de mogelijkheid tot herbenoeming. Om automatische herbenoemingen te voorkomen vindt voor het periodiek aftreden van het bestuurslid, een evaluatie van het functioneren plaats door het bestuur.

In de samenstelling van het bestuur zijn in 2024 wijzigingen doorgevoerd. Begin 2024 is een verkiezingsprocedure opgestart om een vacante zetel namens pensioengerechtigden weer te kunnen invullen. Dit heeft geresulteerd in het feit dat mevrouw Van de Looveren per 5 juli 2024 is benoemd als bestuurslid. De heer Jacobs is per 9 februari 2024 formeel benoemd als bestuurslid op zetel namens de FNV. Mevrouw Matelski is per 17 mei 2024 formeel benoemd als bestuurslid namens de NVB. Zij volgde mevrouw Verhoef op die per 17 februari 2024 is afgetreden. Mevrouw Smits-Van Beijeren Bergen en Henegouwen is per 10 februari 2024 afgetreden als plaatsvervangend lid namens het CNV. 

Het bestuur is onafhankelijk in de uitoefening van zijn functie en zorgt ervoor dat de belangen van alle belanghebbenden op een evenwichtige wijze afgewogen worden. Het bestuur is daarnaast verantwoordelijk voor een beheerste en integere bedrijfsvoering. In dit kader houdt het bestuur onder meer toezicht op alle uitbestedingen en vindt scherpe sturing plaats op bijvoorbeeld incidenten. Zo heeft het bestuur in 2024 op basis van alle beschikbare informatie ingeschat dat een overgang naar Wtp per 1 januari 2025 niet meer op een beheerste en integere wijze te realiseren is. Derhalve is besloten om de overgang naar Wtp op een later moment te realiseren, zodat dit wel op een beheerste en integere wijze gerealiseerd kan worden. Het bestuur vindt het belangrijk inzicht te hebben in het eigen functioneren. Om inzicht te krijgen in het eigen functioneren, evalueert het bestuur periodiek of bestuursleden bijvoorbeeld voldoende kennis hebben van alle aandachtsgebieden binnen het fonds en of het bestuur voldoende zorg draagt voor de handhaving van het vertrouwen in het pensioenfonds.  

In het verslagjaar heeft het bestuur acht reguliere bestuursvergaderingen belegd, waarbij het onderwerp ‘beleggingen’ iedere vergadering uitgebreid aan de orde is geweest. Op 19 januari 2024 heeft het bestuur de bestuurlijke zelfevaluatie doorlopen. Op 4 oktober en 12 december zijn extra bestuursvergaderingen ingelast. Daarnaast hebben er diverse themadagen en kennissessies plaatsgevonden, waarbij de Wet toekomst pensioenen (hierna: Wtp) in veel gevallen aan de orde is gekomen als voorbereiding op het nieuwe pensioenstelsel. In de volgende paragraaf wordt dit nader toegelicht. Daarnaast heeft een deel van het bestuur scholing in het kader van IT gevolgd, om in het steeds complexer worden IT-landschap countervailing power te kunnen bieden aan uitvoeringsorganisaties.

7.2.2 Bestuursvergaderingen

Het bestuur heeft in 2024 10 bestuursvergaderingen belegd. Hierin zijn reguliere en periodiek terugkerende onderwerpen behandeld op onder meer op gebied van Compliance, Beleggingen, Risicomanagement, Communicatie, Actuarieel, Pensioen en Uitbesteding en Internal Audit. Daarnaast heeft het bestuur in 2024 iedere vergadering Wtp als vast agendapunt behandeld.

7.3 Dagelijks Bestuur en Bestuurscommissies

Het bestuur werkt met vaste commissies en werkgroepen. Al naargelang de ter besluitvorming voor te bereiden onderwerpen, kunnen eveneens ad-hoc werkgroepen of commissies worden geformeerd met daarin specifiek op die onderwerpen deskundige bestuursleden. De taken en mandaten van alle commissies en het dagelijks bestuur zijn beschreven en vastgesteld. In paragraaf 2.3 van dit jaarverslag zijn de commissies weergegeven.

7.4 Geschilleninstantie Pensioenfondsen

De wijze waarop het pensioenfonds omgaat met klachten en geschillen is vastgelegd in een klachten- en geschillenregeling. Deze regeling is beschikbaar op de website van het fonds en derhalve voor alle belanghebbenden toegankelijk. Hierin is onder meer vastgelegd hoe met geschillen omgegaan dient te worden. 

Sinds 1 januari 2024 is het pensioenfonds aangesloten bij de Geschillen Instantie Pensioenfondsen. Met de komst van de Wet Toekomst Pensioenen is het noodzakelijk om de klachten- en geschillenregeling aan te passen aan de wettelijke eisen. De Wet is op 1 juli 2023 in werking getreden. Een belangrijk onderdeel van de wijziging is dat er een externe instantie in het leven is geroepen. Deze Geschillen Instantie Pensioenfondsen (GIP) is sinds 1 januari 2024 operationeel. Aansluiting bij de GIP is een wettelijke verplichting. Voor de klachten- en geschillenprocedure gelden nadere voorwaarden die zijn vastgelegd in de klachten- en geschillenregeling. 

In oktober 2023 werd één geschil aanhangig gemaakt. De GIP heeft in februari 2024 besloten dat dit geschil niet in behandeling kon worden genomen omdat dit geschil niet tot de bevoegdheid van GIP behoorde. 

7.5 Goed Pensioenfondsbestuur

Geschikt pensioenfondsbestuur behelst het integer en transparant handelen door het bestuur, waarbij een belangrijke plaats wordt ingeruimd voor het afleggen van verantwoording aan het verantwoordingsorgaan over het gevoerde beleid. De principes van geschikt pensioenfondsbestuur zijn verankerd in de Pensioenwet.

Het bestuur is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid voor het goed besturen van het pensioenfonds en zal alles doen wat nodig is voor de handhaving van het vertrouwen in het pensioenfonds. Ontwikkelingen op dit terrein worden nauwlettend gevolgd. Een belangrijk element voor het behoud van vertrouwen is dat bij het nemen van relevante besluiten in ieder geval de belangen zorgvuldig worden afgewogen voor de te onderscheiden deelnemersgroepen. Het bestuur is zich hiervan continu bewust en deze belangenafwegingen vinden dan ook steeds plaats, zodat in dit kader evenwichtige besluiten tot stand komen.

 Het bestuur heeft in 2024 doelen gesteld in het kader van:

  1. Een beheerste transitie naar Wtp (procesmatig, relationeel en communicatief);
  2. Het verder vormgeven duurzaamheids- en rendementsdoelstellingen;
  3. Een toekomstbestendige besturing van het pensioenfonds

Ad 1
Evenals in 2023 heeft het bestuur in 2024 het Wtp-proces continu gemonitord en waar nodig is bijgestuurd. Voor de leden van het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht was 2024 in dit kader ook een intensief jaar.

Waar aanvankelijk nog de inzet was om per 1 januari 2025 over te kunnen gaan op Wtp, is medio 2024 helder geworden dat dit niet meer haalbaar zou zijn vanwege nog veel onzekerheden en complexiteit in de uitvoering bij met name de pensioenuitvoeringsorganisatie. Vanaf dat moment is in overleg met TKP besloten om te richten op invaardatum 1 januari 2026. In 2024 is vervolgens volle aandacht gegeven aan het vóór 2025 indienen van het invaardossier bij DNB. Uiteindelijk is het invaar dossier op 18 december 2024 ingediend.

In relationele sfeer heeft het bestuur in 2024 veelvuldig contacten met sociale partners en de leden van de fondsorganen. Er zijn in het kader van het Communicatieplan Wtp diverse communicatie-uitingen gedaan.

Ad 2
Het bestuur heeft in 2024 een ESG-focushouder benoemd uit zijn midden.  onderdeel dient uit te maken van het uitbestedingsbeleid. Voorts is verder gewerkt aan het bijdragen aan het Klimaatakkoord inclusief CO2-reductiedoelstellingen.

Ad 3
Sinds 1 januari 2023 heeft het bestuur samen met Bpf Zoetwaren een bestuursbureau ingesteld. Met ingang van 2024 had het bestuur een strategische jaarplanning. Onder meer was in 2024 sprake van een betere vergaderplanning waarbij sprake was van een betere spreiding van (commissie- en bestuurs)vergaderingen. Op kwartaalbasis legt het bestuur hierover verantwoording af aan de raad van toezicht.

In 2024 is eveneens gewerkt aan het opstellen van een nieuwe Missie-Visie-Strategie. Het bestuur heeft dit samen met Bpf Zoetwaren en het bestuursbureau uitgevoerd en er is een strategische meerjarenplanning opgesteld voor 2025 en volgende jaren. In het eerste kwartaal van 2025 is deze nieuwe Missie-Visie-Strategie definitief vastgesteld. In dit proces zijn eveneens de andere fondsorganen (verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht) betrokken.

Rapportages sleutelfunctiehouders over 2024
In de bestuursvergadering van 21 maart 2025 is de rapportage van de sleutelfunctiehouder Internal Audit over 2024 aan de orde gesteld. Er is toegelicht welke audits hebben plaatsgevonden en welke bevindingen en opvolgingen hierbij aan de orde zijn geweest. Het bestuur heeft hiervan kennisgenomen.

De rapportage van de sleutelfunctiehouder Risicobeheer is op 21 maart 2025 in het bestuur besproken.

De rapportages van de sleutelfunctiehouder Actuarieel worden ieder kwartaal opgeleverd en in het bestuur besproken. Onder meer inzake het Wtp-dossier zijn diverse opinies opgevraagd bij de sleutelfunctiehouder Actuarieel. Er zijn over het jaar 2024 geen bijzonderheden te vermelden die uit de rapportages voortkomen.

7.5.1 Code Pensioenfondsen

In de Code Pensioenfondsen is een aantal opgenomen onderwerpen nader uitgewerkt met betrekking tot onder meer benoeming, deskundigheid, geschiktheid en diversiteit. De Code Pensioenfondsen is geen doel op zich, maar een middel om pensioenfondsen beter te laten functioneren. Ook moet de Code Pensioenfondsen zorgen voor meer vertrouwen van de belanghebbenden in het bijzonder en van de maatschappij in het algemeen.

Deskundigheid, betrokkenheid en goede samenwerking vormen de basis voor goed bestuur van een pensioenfonds. Goed pensioenfondsbestuur heeft overigens niet alleen betrekking op het bestuur, maar ziet op alle organen van het pensioenfonds.

De Code Pensioenfondsen is wettelijk verankerd. De normen in de Code Pensioenfondsen zijn een aanvulling op wet- en regelgeving. De normen in de Code Pensioenfondsen zijn weliswaar leidend, maar de Code Pensioenfondsen laat ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van het pensioenfondsbestuur. De pensioenfondsen mogen de Code Pensioenfondsen daarom naleven volgens het ‘pas-toe-of-leg-uit’-beginsel. Afwijken van de norm is dus mogelijk, als daar een goede reden voor is. Het pensioenfonds wil echter zoveel mogelijk de Code volgen.

Hieronder zijn de aanbevelingen uit de Code Pensioenfondsen opgenomen waaraan niet (volledig) wordt voldaan en de eventuele acties die het bestuur heeft genomen:

Diversiteit (Norm 33 en 35)
In 2024 was aanvankelijk sprake van het feit dat het fonds voldeed aan deze norm. Echter, sinds november 2024 is er door het aflopen zijn een zittingstermijn in het verantwoordingsorgaan geen sprake meer van een lid onder de 40 jaar. Het bestuur heeft wel oog voor diversiteit, maar doordat de meeste leden van het verantwoordingsorgaan na verkiezingen worden benoemd, bestaat hierop relatief weinig invloed. Bij het uitzetten van vacatures wordt hier aandacht voor gevraagd.

Sinds februari 2024 is er weer sprake van een bestuurslid van onder de 40 jaar.
Voor wat betreft inclusie voldoet het pensioenfonds in 2024 nog niet aan de Code Pensioenfondsen. Dit wordt in 2025 nader uitgewerkt.

Zittingsduur bestuursleden (Norm 37)
In de code is opgenomen dat de zittingsduur van een bestuurslid maximaal vier jaar mag bedragen, waarbij een bestuurslid in beginsel één keer kan worden herbenoemd. In de statuten heeft het bestuur bewust opgenomen dat het bestuur bevoegd is om op grond van gewichtige redenen (bijvoorbeeld continuïteit en de borging van deskundigheid binnen het bestuur) af te wijken van de maximale zittingsperiode. De aanloop naar een beoogde fusie met Bpf Zoetwaren beschouwt het bestuur als bijzondere en gewichtige omstandigheid, waarbij de huidige kennis en kunde binnen de fondsorganen zo veel als mogelijk behouden moet blijven.

Het bestuur wijkt op grond van gewichtige redenen met de herbenoeming van de heer Van Straten per 1 december 2024 af van de maximale zittingstermijn. De heer Van Straten vervult eveneens de rol van sleutelfunctiehouder Internal Audit. Het bestuur acht het niet wenselijk om deze rol in deze periode over te laten nemen door een ander persoon.

Het bestuur wijkt op grond van gewichtige redenen met de herbenoeming van mevrouw Bongers-Hekking per 17 april 2025 af van de maximale zittingstermijn die in de code pensioenfondsen wordt aangehaald.

7.6 Raad van toezicht

7.6.1 Verslag raad van toezicht

​Inleiding

Conform de statuten van pensioenfonds voor het Bakkersbedrijf legt de raad van toezicht (hierna: Raad) van het pensioenfonds jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van bevoegdheden aan het verantwoordingsorgaan en in het jaarverslag.

Daarnaast legt de raad zijn waarnemingen en aanbevelingen over het afgelopen boekjaar vast. Dit doet de raad aan de hand van een vooraf vastgesteld normenkader. Deze rapportage is als volgt opgezet:

  • onderdeel 1: algemeen oordeel; 
  • onderdeel 2: verantwoording; 
  • onderdeel 3: bevindingen en aanbevelingen; 
  • onderdeel 4: goedkeuring besluit vaststelling bestuursverslag en jaarrekening 2024.

De Raad is in het verslagjaar 2024 niet gewijzigd in samenstelling. 

1. Algemeen oordeel

De Raad heeft een positief oordeel met aandachtspunten over het algemene beeld van het fonds. De Raad heeft waardering voor de inzet en toewijding waarmee het Bestuur zijn werk doet. Besluitvorming vindt in het algemeen zorgvuldig plaats en de vastlegging van de evenwichtige belangenafweging vindt bij alle relevante besluiten plaats. De openstaande vacatures van bestuursleden zijn kwalitatief goed en redelijk vlot ingevuld. De bestuurswisselingen hebben een positieve invloed op de onderlinge samenwerking.

In 2024 is zeer veel tijd en aandacht besteed aan de transitie op 1 januari 2025 naar de nieuwe pensioenregeling in het kader van de Wet toekomst pensioenen (hierna: Wtp). In mei 2024 heeft het bestuur weloverwogen besloten de transitiedatum uit te stellen naar 1 januari 2026. Op 6 december 2024 heeft het bestuur een voorgenomen besluit tot invaren genomen. Dit besluit is genomen na zorgvuldige afweging en in goed overleg met het Verantwoordingsorgaan en de Raad.

De Raad is van mening dat het Bestuur stappen heeft gezet ten aanzien van de aanbevelingen van de Raad in het voorgaande verslagjaar. De Raad beveelt echter ook dit jaar aan om aan de volgende punten verdere invulling te geven:

  • Verder versterken van de regiefunctie binnen het fonds (waaronder periodiek terugkoppelen wat de stand van zaken is ten aanzien van het behalen van geformuleerde doelstellingen).
  • Helder vastleggen van genomen besluiten, maar ook helder formuleren welk besluit genomen is en op basis van welke criteria er wel of geen besluit is genomen.
  • Groeistrategie – plan van aanpak voor het jaar 2025 concreet maken – waaronder het samengaan met BPF Zoetwaren.
  • Adequate opvolging van de bevindingen van DNB ten aanzien van het invaardossier: dit betreft het gehele traject van invaren. Verder invulling geven aan beheerste en integere manier invaren. Go- no/go momenten herijken.
  • Duidelijk inzicht geven in welke go-no go momenten zijn bepaald, wanneer die momenten zijn, welke acties daarmee gepaard gaan en heldere terugkoppeling, inclusief bewijs, van het wel of niet behalen van de gedefinieerde momenten. 

2. Verantwoording

De Raad houdt toezicht op het beleid van het Bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds en is onder andere belast met het toezicht op een adequate risicobeheersing en de evenwichtige belangenafweging door het Bestuur.

De Raad is ter uitoefening van het intern toezicht in 2024 veelvuldig bijeengekomen voor onderling overleg of overleg met het (Dagelijks)Bestuur, het Verantwoordingsorgaan, de sleutelfunctiehouders en de compliance officer. Daarnaast heeft de Raad deelgenomen aan diverse bijeenkomsten van het fonds, zoals kennissessies en themadagen. De voorzitters van het Bestuur, de Raad en het Verantwoordingsorgaan hebben in 2024 na iedere vergadering van het Bestuur voorzittersoverleg gehad. Tot slot heeft de Raad gesproken met de waarmerkend actuaris en de onafhankelijke accountant aangaande hun rapportage en bevindingen ten aanzien van het jaarwerk van het pensioenfonds.

Het uitoefenen van het intern toezicht doet de Raad onder meer door:

  • het voeren van een continue dialoog met het (Dagelijks) Bestuur, zowel mondeling als schriftelijk;
  • het voeren van overleg en het afleggen van verantwoording aan het Verantwoordingsorgaan;
  • het ad hoc bijwonen van commissievergaderingen;
  • het vastleggen van bevindingen uit het gevoerde toezicht in dit jaarverslag.

Naast de hiervoor genoemde taken heeft de Raad goedkeuringsrechten inzake een aantal bestuursbesluiten. In dat kader heeft de raad in 2024 onder andere goedkeuring gegeven aan het besluit van het bestuur tot:

  • aanpassing van het beloningsbeleid;
  • vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening 2023;
  • vaststelling van verschillende functieprofielen van leden van het Bestuur;
  • interne collectieve waardeoverdracht (invaren).

De Raad heeft in 2024 aan de hand van het gewijzigde, vastgestelde functieprofiel de geschiktheid van twee leden van het Bestuur en twee herbenoemingen beoordeeld. De herbenoemingen wijken af van de Code Pensioenfondsen 2024, volgens de Code kunnen bestuursleden voor maximaal één termijn van vier jaar herbenoemd worden.  De Raad heeft begrip de motivatie van het bestuur voor continuïteit van het bestuur tot het samengaan met BPF Zoetwaren en heeft daarom de herbenoemingen niet belet. 

Over het afgelopen verslagjaar heeft de Raad de zelfevaluatie in eigen kring behandeld. Aan de hand van een specifieke vragenlijst hebben alle leden van de Raad diverse vragen beantwoord en meningen en visies gedeeld. Daarnaast is ook bij het Verantwoordingsorgaan, het Bestuur en het bestuursbureau input gevraagd.

In de algehele terugkoppeling constateert de Raad een positieve ontwikkeling in de relatie naar de diverse gremia. Een constructieve en open dialoog is aanwezig, waarbij het gezamenlijke doel de bepalende factor is. De Raad oordeelt positief over de samenstelling, frequentie en onderwerpen van vergaderingen. Aandacht wordt gevraagd voor verdere educatie, tijdige en volledige toezending van vergaderstukken en een bredere invulling van de discussie met het Bestuur (dit verloopt nu voornamelijk met het Dagelijks Bestuur). Tevens heeft de Raad toelichting gegeven en feedback gevraagd over het toezichtplan 2025.

In 2024 was er kritiek op gedetailleerde terugkoppeling en vragen vanuit de Raad over diverse onderwerpen. De Raad erkent de kritiek, maar de hoeveelheid informatie en documentatie die zij in het Wtp-traject tot zich moest nemen, maakte dat dit nodig was om haar rol goed te kunnen invullen. De verwachting is dat de Raad in 2025 het invaren, en de overige toezichtpunten, meer op hoofdlijnen kan gaan volgen.
De Raad heeft over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden over 2024 verantwoording afgelegd aan het Verantwoordingsorgaan, onder andere door het toelichten van dit jaarverslag.

3. Bevindingen en aanbevelingen

Het onderdeel bevindingen en aanbevelingen is als volgt ingedeeld:

  • 3.1: opvolging van de aanbevelingen over 2023;
  • 3.2: bevindingen toezichtthema’s 2024;
  • 3.3: thema’s Code Pensioenfondsen.

3.1 Opvolging aanbevelingen 2023

De Raad heeft kennisgenomen van de rapportage van het bestuur waarin de opvolging van diverse aanbevelingen zichtbaar is gemaakt. Hierna zijn de aanbevelingen en bevindingen uit 2023 opgesomd, in cursief is de opvolging in 2024 weergegeven.

  • Breid de jaarkalender 2024 uit met strategische doelen, acties en deadlines. Leg vast hoe op kwartaalbasis per commissie de voortgang hiervan bewaakt wordt en in het Bestuur en diverse gremia besproken zal worden.
    • De Raad constateert dat gestart is met een rapportage in 2024. De Raad gaat graag met het Bestuur in gesprek om verdere verwachtingen over de rapportage toe te lichten.
  • Update de business case en formuleer randvoorwaarden voor het samengaan met BPF Zoetwaren. Neem in de evaluatie van het bestuursmodel voor het nieuwe fonds ook het aantal commissies en het aantal leden per commissie mee.
    • In verband met de overgang naar de nieuwe pensioenregeling  is hier nog geen volledige aandacht naar toe gegaan, het bestuur  zal in 2025 de  business case verder vormgeven.
  • Evalueer de strategische opdracht aan het bestuursbureau in samenhang met een effectieve tijdsbesteding van de bestuursleden en leden van de andere fondsorganen.
    • Dit punt schuift door naar 2025 als onderdeel van onder andere de groeistrategie. De inrichting van de governance, beloningsbeleid en opdracht aan het bestuursbureau zijn onderdeel van de groeistrategie.
  • Meer gedetailleerd formuleren van randvoorwaarden en de onderbouwing daaromtrent voor implementatie van de Wtp.
    • De randvoorwaarden en onderbouwing van de randvoorwaarden voor het overgaan naar Wtp zijn in de go / no-go momenten vastgelegd. De Raad vraag aandacht voor beheerst en integer invaren en om de planning inzichtelijk te maken: wat zijn de go/ no-go momenten, wanneer zullen deze zijn, wat zijn de gevolgen bij een go of een no-go?
  • Meer directe regievoering op de implementatie van de Wtp zowel door het pensioenfonds zelf, als door de betrokken uitvoeringsorganisaties (waaronder de planning en organisatie van deze trajecten).
    • Het Bestuur is van mening dat goede regievoering plaatsvindt op de implementatie van Wtp. Hierbij blijft het Bestuur bij uitvoeringsorganisaties steeds onder de aandacht brengen dat ook zij hier voldoende aandacht voor moeten hebben om dit project tot een goed einde te kunnen brengen. De Raad ziet graag een verdere versterking van de regiefunctie. Er zijn stappen gezet, maar dit blijft een continu aandachtspunt gezien de zwaarte van het dossier. Er is aan de voorzitters van commissies meer mandaat gegeven, maar de tergkoppeling van de commissies naar (Dagelijks) Bestuur, en daarna van Bestuur richting VO en de Raad kan beter.
    • Heldere, adequate en transparante vastlegging van overwegingen van besluiten Het Bestuur heeft aandacht voor heldere, adequate en transparante vastlegging van besluitvorming. Dit blijft ook in 2025 een aandachtspunt. De Raad vraagt aandacht voor een goede onderbouwing op go/ no-go criteria. Concreet betekent dit duidelijk vastleggen: wat is het besluitpunt, welke onderliggende stukken horen daarbij, wat is de uitkomst? Mandatering: wie mag wat besluiten? Het Bestuur is uiteindelijk verantwoordelijk. Zijn alle elementen meegenomen in de afweging om tot een gedegen besluit te kunnen komen? Dit alles is nodig om te kunnen reconstrueren op welke manier een besluit tot stand is gekomen. Ook governance op go/ no-go.

3.2 Bevindingen toezichtthema's 2024

Aan het begin van 2024 heeft de Raad een toezichtplan opgesteld met daarin specifieke, voor het pensioenfonds, relevante toezichtthema’s. Dit plan is afgestemd met het Bestuur en het Verantwoordingsorgaan. Per toezichtthema heeft de Raad normen opgesteld waaraan de Raad toetst. Deze normen zijn mede gebaseerd op de Code Pensioenfondsen 2024. Hieronder zijn per thema de bevindingen en de aanbevelingen toegelicht.

A. Transitie naar Wet toekomst pensioenen (Wtp)

In het kader van de transitie naar de Wtp heeft het bestuur goedkeuring gevraagd aan de Raad van Toezicht op het door het Bestuur op 6 december 2024 voorgenomen besluit tot interne collectieve waardeoverdracht met inbegrip van het aanwenden van het vermogen bij de collectieve waardeoverdracht (hierna: invaren), zoals bedoeld in artikel 150m lid 7 jo. artikel 46b lid 3 Pensioenwet. Het Bestuur en de sociale partners in de sector zijn voornemens om per 1 januari 2026 in te varen.  

De Raad heeft op 17 december 2024 een positief besluit genomen ten aanzien van het voorgenomen invaarbesluit. Hieronder zal de Raad dieper ingaan op het doorlopen proces, de motivatie en aandachtspunten. 

Wat is het proces dat de Raad heeft doorlopen? 
Ter onderbouwing van de goedkeuringsaanvraag heeft de Raad meerdere documenten ontvangen, zijn er door het bestuur diverse themadagen georganiseerd waar de Raad aan deelnam, hebben er meerdere overleggen plaatsgevonden met het (dagelijks) Bestuur, met de projectorganisatie Wtp, met het verantwoordingsorgaan, met het bestuursbureau, met de sleutelfunctiehouders en met de accountant. Ook zijn er meerdere schriftelijke vraag-antwoord dialogen geweest.   

Het verantwoordingsorgaan heeft adviesrecht op basis van artikel 150m lid 4 en 5 van de Pensioenwet ten aanzien van het besluit tot invaren. Het verantwoordingsorgaan adviseerde positief. Op 6 december 2024 heeft het Bestuur het positieve advies van het verantwoordingsorgaan besproken en een voorgenomen besluit tot invaren genomen. Daarnaast heeft het Bestuur een reactie geformuleerd op het advies van het verantwoordingsorgaan. Het advies en de reactie zijn gedeeld met de Raad. 

In het toezichtplan 2024 heeft de Raad het toetsingskader opgenomen in het kader van de Wtp. Om de rol, taken en bevoegdheden van de Raad uit te kunnen oefenen in het kader van de implementatie van de Wtp en de besluitvorming daaromtrent, heeft De Raad in dit toetsingskader uiteengezet hoe de Raad zijn rol ziet in dit proces. Tevens is aangegeven op welke manier de Raad zijn rol in zal vullen. Het toetsingskader is besproken met het Bestuur en het Verantwoordingsorgaan.    

Wettelijke rol van de Raad inzake Wtp 
De Wtp introduceert een expliciet goedkeuringsrecht van de Raad voor:  

  • het voorgenomen besluit tot interne collectieve waardeoverdracht (invaren);  
  • het beleid inzake het aangaan en beëindigen van uitvoeringsovereenkomsten en het opstellen en beëindigen van uitvoeringsreglementen.     

Verder bevat de Wtp een expliciete taakstelling tot het houden van toezicht op het invaren en het afleggen van verantwoording daarover in het bestuursverslag. Dat betekent een verzwaring van de rol van de Raad bij de implementatie van de nieuwe pensioenregeling onder de Wtp:  

  • de Raad heeft een kritische blik op de besluitvormig in het pensioenfonds en dient de besluitvorming door het bestuur gedurende de gehele transitieperiode nauwgezet te volgen en het bestuur hierop kritisch te bevragen;   
  • bij de implementatie van de Wtp moeten de diverse fondsorganen, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, rekening houden met de consequenties van het nieuwe pensioenstelsel. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen de fondsorganen blijft ongewijzigd.   

De rol van de Raad is procesmatig en betreft vooral een beoordeling van het besluitvormingsproces tot invaren: is alle relevante informatie meegewogen in het uiteindelijke besluit?   

De Raad houdt vanuit de reeds bestaande bevoegdheden toezicht op het beleid van het Bestuur en op de algemene gang van zaken in het pensioenfonds. Tevens is de Raad tenminste belast met het toezien op adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging door het Bestuur. Bij het oordeel over de evenwichtige belangenafweging door het Bestuur ziet de Raad nadrukkelijk toe op de besluitvorming bij invaren en legt hier ook expliciet verantwoording over af aan het verantwoordingsorgaan en de werkgever(s) en in het jaarverslag, door middel van het opnemen van het verslag van de raad in het jaarverslag. 

Hoe heeft de Raad deze rol ingevuld? 
Om de wettelijke rol in te vullen sluit de Raad aan bij de risico gebaseerde blik van DNB inzake de transitie. Deze is ingedeeld in de volgende categorieën:  

  • Financiële risico’s  
  • Governance risico’s  
  • Operationele risico’s  

De Raad heeft het voorgenomen besluit tot invaren van het bestuur goedgekeurd, onder de voorwaarde dat het Bestuur oordeelt dat de transitie per 1 januari 2026 op een beheerste en integere manier kan plaatsvinden. De Raad heeft het Bestuur heeft bij de goedkeuring op 17 december 2024 de volgende aandachtpunten meegegeven, waarvan inmiddels punt 2, 3 en 4 zijn opgevolgd:

  • een gedegen evaluatie van de go/no go momenten, zoals de technische uitvoerbaarheid van de pensioenregeling door TKP, een aantoonbaar werkende koppeling tussen de pensioen- en beleggingsadministratie en het plan van aanpak met betrekking tot de datakwaliteit, uit te voeren gedurende 2025 en deze ook op transparante wijze te bespreken met de Raad; 
  • modelvalidatie uit te voeren; 
  • plausibiliteitscontroles uit te voeren; 
  • de besluitvorming omtrent het strategisch afdekken van het dekkingsgraadrisico af te ronden; 
  • gezien de korte tijdslijnen aandacht te houden voor planning, regievoering en kwaliteit van de besluitvorming; en 
  • aandacht te houden voor ontwikkeling van de kosten, zowel eenmalig als doorlopende kosten, en hierover eenduidig te communiceren. 

B. Governance

De Raad heeft in 2024 met het bestuur de onderstaande aandachtspunten besproken en de opvolging/reactie door het bestuur beoordeeld.

  • Realisatie van de strategische kalender 2024.
    • De Raad heeft in 2023 aandacht gevraagd voor de samenstelling van het Bestuur (en bestuursbureau) en regievoering. Het Bestuur heeft dit in 2024 opgepakt met strategische speerpunten, een jaarplanning en mandatering aan de commissies.
    • De strategische speerpunten voor 2024 en het strategische meerjarenbeleid zijn op 8 december 2023 door het Bestuur vastgesteld. De voortgang van deze speerpunten en de meerjarenstrategie zijn opgenomen in de rapportage over het derde en vierde kwartaal van 2024 die aan de Raad is overlegd. De Raad adviseert het Bestuur om de rapportage aan te vullen met een conclusie of het de realisatie van de strategie op koers ligt, welke aandachtspunten er nog zijn en of een eventuele bijstelling van de meerjarenstrategie gewenst is.   
    • De Raad adviseert om het mandateringsproces zichtbaar te maken door de commissies verslag te laten uitbrengen aan het Dagelijks Bestuur, waarna het DB met zijn eigen oordeel deze verslagen kan inbrengen in de bestuursvergaderingen.
  • De evaluatie van het beloningsbeleid.
    • De aanbeveling van de Raad is met het oog op de groeistrategie om een benchmark met BPF Zoetwaren en een ander vergelijkbaar pensioenfonds.  Deze benchmark is in 2024 niet uitgevoerd. 
  • De inrichting en het functioneren van het bestuur(smodel) en het bestuursbureau.


    • De Raad is blij met de vaststelling van het Bestuur dat de mandaten van de commissies en de inrichting van het bestuursbureau hebben geleid tot efficiëntere vergaderingen. De Raad zal de efficiëntie van de governance vanuit haar rol met interesse blijven monitoren. Vastgesteld is dat de regievoering op sleutelfunctiehouders vanuit het Bestuur aandacht behoeft. Centrale regievoering van het geheel, de samenwerking tussen sleutelfunctiehouders en het Bestuur en het bestuursbureau zou verbeterd kunnen worden. Dit betekent bijvoorbeeld afspraken maken over betrokkenheid, informeren, planning en terugkoppeling van bevindingen.

C. Informatiebeheersing, - beveiliging en cyberweerbaarheid (waaronder DORA)

De Raad heeft met betrekking tot de uitvoering van informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid (waaronder DORA) door het Bestuur beoordeeld of:

  • Het informatiebeveiligingsbeleid in overeenstemming is met de vereisten van het fonds en specifiek van de DORA-wetgeving. Dit omvat onder andere het waarborgen van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van gevoelige informatie;
    • Het bestuur heeft in december 2024 bij DNB gemeld dat het fonds naar verwachting op 17 januari 2025 niet DORA compliant zal zijn omdat TKP niet compliant is. De Raad roept op om zo snel mogelijk wel te voldoen aan de eisen.
  • De risico’s van het cyber- en informatieveiligheid op frequente basis besproken worden en of er passende maatregelen getroffen worden om geïdentificeerde risico's te beheersen en te verminderen;
    • Dit onderwerp is een continu agendapunt bij het Bestuur.
  • De aanwezigheid van trainingssessies en bewustwording campagnes om de mate van bewustzijn en training van medewerkers met betrekking tot cyber- en informatieveiligheid te verhogen;
    • De Raad vraagt hier aandacht voor. Wellicht is dit een geschikt onderwerp voor een themadag.
  • Beleid m.b.t. beveiliging van externe leveranciers die toegang hebben tot gegevens van het pensioenfonds, in overeenstemming met vereisten van het pensioenfonds.
    • Het bestuur heeft in 2024 het incidenten- en uitbestedingsbeleid aangepast. Het integer omgaan met de gegevens van het pensioenfonds, de risico's ten aanzien van informatie beveiliging en de maatregelen bij eventuele incidenten zijn met deze aanpassingen in lijn gebracht met de DORA vereisten.

D. Duurzaamheid

De Raad heeft uitgebreide informatie ontvangen met betrekking tot het duurzaamheidsbeleid. De Raad deelt graag een compliment uit voor de overzichtelijkheid en gedetailleerdheid van de opgeleverde informatie.

De Raad constateert dat er een gedetailleerd maatschappelijk verantwoord beleid is opgesteld met een duidelijke link naar de visie en missie van het fonds. Er is aandacht voor de (im)materiële risico's die tevens terugkomen in de strategische doelstellingen van het fonds. De recente wijzigingen in het beleid zijn met het gehele Bestuur en de diverse betrokken partijen afgestemd.

De Raad constateert dat er op dit moment nog geen vastgesteld ESG-beleid rondom (onder)uitbestedingspartijen is, maar heeft ook vernomen dat hard wordt gewerkt aan het opnemen van dergelijke criteria in het uitbestedingsbeleid van het pensioenfonds. Dit krijgt in 2025 nadere opvolging.

E. Samengaan met BPF Zoetwaren

Het fonds had tot mei 2024 de intentie om op 1 januari 2025 de transitie naar de nieuwe pensioenregeling én aansluitend per 1 januari 2026 het samengaan met BPF Zoetwaren te realiseren. In mei 2024 is besloten de transitie uit te stellen naar 1 januari 2026. Het samengaan met Zoetwaren is daarom ook uitgesteld.

De Raad hecht veel waarde aan het strategisch kader van het samengaan, het opstellen van scenarioanalyses en het vormen van een groeistrategie.

3.3 Code Pensioenfondsen

Het bestuur heeft de aanbevelingen en best practices van de Code Pensioenfondsen ingevoerd in de bedrijfsvoering. De raad heeft kennisgenomen van de analyse van het Bestuur op de naleving van de Code en onderschrijft deze. 

4. Goedkeuring bestuursbesluit vaststelling jaarverslag 2024

De raad constateert dat het proces van totstandkoming van het besluit van het bestuur tot vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening over 2024 zorgvuldig is geweest. Volgens de raad heeft het bestuur voldoende blijk gegeven van een adequate risicobeheersing en evenwichtige belangenafweging bij de uitoefening van zijn taak en bij het opstellen van dit besluit en de onderliggende stukken. De raad heeft daarom goedkeuring gegeven aan het bestuursbesluit tot de vaststelling van het bestuursverslag en de jaarrekening 2024.

7.6.2 Reactie van het bestuur op verslag raad van toezicht

Algemeen
Het bestuur dankt de raad van toezicht hartelijk voor het verslag over 2024 en uw kritische blik en aanbevelingen. Wij waarderen uw inzet en de zorgvuldigheid waarmee u uw taken uitvoert. Graag reageren wij op de door u aangegeven punten en aanbevelingen.

Regiefunctie en terugkoppeling
Het bestuur erkent het belang van een sterke regiefunctie en periodiek teruggekoppeld over de voortgang van geformuleerde doelstellingen. Wij zullen dit proces verder versterken en transparanter maken.

Besluitvorming
De vastlegging van genomen besluiten en de criteria waarop deze gebaseerd zijn is continu onder de aandacht van het bestuur ten einde dit verder te verbeteren. Dit omvat ook de go/no-go momenten en de bijbehorende acties. Wij streven naar een heldere en transparante besluitvorming.

Groeistrategie
Het bestuur zal zich in 2025 vooral richten het invaren op Wtp en het aanstaande samengaan met Bpf Zoetwaren.  Het plan van aanpak inzake de groeistrategie zal op een later moment concreet gemaakt worden.

Opvolging bevindingen DNB
Wij zullen de bevindingen van DNB met betrekking tot het invaardossier adequaat opvolgen en zorgen voor een beheerste en integere manier van invaren. Wij zullen ten aanzien van de go/no-go momenten inzicht geven in de planning en acties.

Informatiebeheersing en cyberweerbaarheid
Wij zijn ons bewust van de noodzaak om te voldoen aan de DORA-wetgeving en zullen er alles aan doen om zo snel mogelijk compliant te zijn. Wij treffen de nodige maatregelen om de risico's van cyber- en informatieveiligheid te beheersen en te verminderen.

Strategische Kalender
Wij zullen de rapportage aanvullen met conclusies over de realisatie van de strategie en eventuele bijstellingen van de meerjarenstrategie. Dit zal helpen om de voortgang beter te monitoren en bij te sturen waar nodig. 

Mandateringsproces
Wij zullen het mandateringsproces zichtbaar maken door commissies verslag te laten uitbrengen aan het (dagelijks) bestuur. Dit zal bijdragen aan een transparante en efficiënte besluitvorming.

Beloningsbeleid
Er is een benchmark uitgevoerd met Bpf Zoetwaren en andere vergelijkbare pensioenfondsen om ons beloningsbeleid te evalueren en waar nodig aan te passen.

Cyberweerbaarheid
Wij zullen blijvend aandacht vragen voor trainingssessies en bewustwordingscampagnes voor medewerkers met betrekking tot cyber- en informatieveiligheid. Dit zal helpen om de mate van bewustzijn en training te verhogen.

Duurzaamheid
Er wordt door het bestuur gewerkt aan het opstellen van ESG-beleid rondom (onder)uitbestedingspartijen en we zorgen voor steeds verder verfijnen van een gedetailleerd en maatschappelijk verantwoord beleid.

7.7 Verantwoordingsorgaan

7.7.1 Verslag van het verantwoordingsorgaan

Het verantwoordingsorgaan van Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf heeft wettelijk en statutair o.a. tot taak een oordeel te geven over het gevoerde beleid zoals u dit in dit jaarverslag kunt lezen. Onderstaand kunt u van ons oordeel over het jaar 2024 kennisnemen. Voor de leden van het verantwoordingsorgaan ook een moment van terugblikken en vooruitkijken. De voorbereidingen op de Wet toekomst pensioen (Wtp) bepaalden dit jaar in grote mate het oordeel van het verantwoordingsorgaan over het gevoerde beleid en de verantwoording die daarover is afgelegd door het bestuur.

Het verantwoordingsorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van de raad van toezicht, over het door het bestuur gevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst.

Het verantwoordingsorgaan bestaat formeel uit zeven leden bestaande uit drie vertegenwoordigers van deelnemers, twee vertegenwoordigers van pensioengerechtigden en één vertegenwoordiger namens de gewezen deelnemers en één vertegenwoordiger namens de werkgevers. Leden van het verantwoordingsorgaan worden via verkiezingen benoemd. Uitzondering hierop is het lid namens de werkgevers, dat wordt benoemd door de werkgeversorganisaties NVB en NBOV.

Bij de start van 2024 waren vijf van de zeven posities bezet. In de loop van 2024 is het verantwoordingsorgaan gewijzigd van samenstelling. Van drie leden liep de benoemingsperiode af. Eén lid is herbenoemd. De andere posities zijn met nieuwe leden ingevuld, ook de vacatures. Aan het eind van 2024 was het verantwoordingsorgaan weer volledig bezet met zeven leden.

Besproken onderwerpen

Het verantwoordingsorgaan vergaderde in 2024 negen maal zelfstandig. Hierbij waren steeds vrijwel alle leden aanwezig. De onderwerpen die daarbij onder meer aan de orde kwamen waren:

  • voortgang Wtp
  • communicatieplan
  • pensioenreglement
  • uitvoeringsreglement
  • fusie
  • klachten- en geschillenregeling
  • klokkenluidersregeling
  • premie
  • indexatie
  • verkiezingen VO
  • opleiding
  • zelfevaluatie

Het verantwoordingsorgaan vergaderde zelf tweemaal met de Raad van Toezicht en tweemaal met het bestuur, en er zijn 6 themadagen geweest waarbij bestuur, VO en RvT aanwezig waren.

Het verantwoordingsorgaan heeft in 2024 ­geadviseerd over:

  • initiële overbruggingsplan: gevraagd advies, positief;
  • invaarbesluit: gevraagd advies, positief;
  • dekkingsgraadbescherming: ongevraagd advies, negatief;
  • indexatie 2025: ongevraagd advies, positief;
  • premie 2025: gevraagd advies: positief;
  • premie excedentregeling 2025: gevraagd advies: positief.

Ontwikkeling beleidsonderwerpen

Het verantwoordingsorgaan stelt jaarlijks in onderling overleg een aantal onderwerpen vast die met extra belangstelling en diepgang wordt beoordeeld. In 2024 richtte het VO zich op de volgende onderwerpen:

  1. nieuw pensioenstelsel;
  2. evenwichtige belangenafweging en adequate risicobeheersing;
  3. opdrachtaanvaarding;
  4. beleggingsbeleid;
  5. communicatiebeleid;
  6. bestuurlijke principes (governance);
  7. uitvoering, kosten en beloningsbeleid;
  8. resterende onderwerpen.

1. Nieuw pensioenstelsel

De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is voor 2024 en de komende jaren het hoofdthema. Bij deze overgang, ook wel invaren genoemd, worden de opgebouwde pensioenaanspraken en de -rechten overgebracht naar de nieuwe pensioenregeling.

Invaren is het wettelijk voorgeschreven pad voor bestaande pensioen­regelingen, zoals voor ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen, excedentregelingen en/of overgangs­regelingen. Voor een soepele transitie is het van groot belang dat er afstemming en overleg plaatsvindt tussen de sociale partners en het pensioenfonds. Essentieel hierbij is het uitvoeren van berekeningen om de effecten van verschillende keuzes (bij invaren) voor diverse groepen deelnemers inzichtelijk te maken. Deze zijn uitgevoerd door TKP te Groningen.

In eerste instantie wilde het fonds per 1 januari 2025 invaren in het nieuwe pensioen­stelsel, en het bestuur koos ervoor gebruik te maken van het zogenaamde ‘Transitie FTK’ (Financieel Toetsingskader). Het VO deelt dit standpunt van het bestuur, omdat het gebruik van het Transitie FTK mogelijk zou leiden tot een grotere toeslagverlening tot het moment van invaren, in vergelijking met een situatie zonder gebruik van het Transitie FTK.

Het VO is van mening dat het Transitie FTK licht positief heeft uitgepakt voor de groep bijna gepensioneerden en jong gepensioneerden, en nog positiever voor de groep oudere gepensioneerden binnen het fonds. Aan de andere kant pakte het Transitie FTK licht negatief uit voor actieven onder de 60 jaar en slapers onder de 50 jaar.

Het VO kon zich vinden in het oordeel van het bestuur dat het gebruik van het Transitie FTK als evenwichtig werd beschouwd, omdat de herverdelingseffecten volgens het bestuur beperkt en acceptabel waren.

Het VO volgde de motivering van het bestuur en de mondelinge uitleg die op 19 juni 2024 werd gegeven, waarin werd aangegeven dat bij de uiteindelijke besluitvorming over invaren rekening gehouden zou worden met de (lichte) herverdelingseffecten. Bovendien gaf het bestuur aan dat het gebruik van het Transitie FTK niet automatisch zou leiden tot een extra toeslag; de besluitvorming hierover zou afhangen van de financiële positie en de verwachtingen op dat moment. Het VO mocht erop vertrouwen, dat het bestuur in zijn besluitvorming consistent en zorgvuldig te werk ging.

Na alles te hebben afgewogen, gaf het VO een positief advies over het voorgenomen besluit van het bestuur tot vaststelling van het initiële overbruggingsplan voor 2024.

Voorafgaand aan deze adviesaanvraag heeft het VO op 23 juli 2024 een pre-advies opgesteld, waarin het een aantal aanbevelingen aan het bestuur meegaf. Het bestuur heeft deze aanbevelingen ontvangen en op 24 september 2024 gereageerd.

Op 18 oktober 2024 nam het bestuur het voorgenomen besluit om tot collectieve waardeoverdracht over te gaan: het invaren van bestaande rechten naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) en het verplaatsen van de overgangsdatum van waardeoverdracht naar 1 januari 2026.

In het kader van de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) vroeg het bestuur op 23 oktober 2024 advies aan het VO over het invaarbesluit. Op basis van artikel 46 van het Besluit uitvoering Pensioenwet (BUPW) heeft het VO het adviesrecht over dit besluit. Het VO gaf op 6 december 2024 een positief advies, inclusief acht aanbevelingen.

Ter ondersteuning van de adviesaanvraag en de reactie van het VO daarop, ontving het VO meerdere documenten, werden diverse themadagen georganiseerd, werd een externe adviseur ingeschakeld, vonden verschillende schriftelijke vraag- en antwoorddialogen plaats, en werd er toelichting gegeven tijdens vergaderingen van het VO.

Op 18 december is het verzoek tot invaren (inclusief het invaarsjabloon met 55 bijlagen en het implementatieplan) ingediend bij DNB. Daarnaast is op dezelfde dag het communicatieplan bij de AFM ingediend.

2. Evenwichtige belangenafweging en adequate risicobeheersing

Het bestuur verantwoordt in een dialoog met het VO en in het jaarverslag de risico’s en het risicomanagement en hoe deze op een integere wijze wordt beheerd. Het VO heeft twee belangrijke vragen gesteld met betrekking tot de evenwichtigheid van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel:

  • Hoe beoordeelt het bestuur de evenwichtigheid van de doorrekeningen naar de toekomst? In hoeverre zijn de verwachte pensioenresultaten voor alle leeftijdscohorten voldoende vergelijkbaar en vallen ze binnen de bandbreedtes die als evenwichtig worden beschouwd?
  • Welke leeftijdscohorten hebben de afgelopen jaren nadelen ervaren die niet zijn meegenomen in de beoordeling van de evenwichtigheid? Waarom wordt het als evenwichtig beschouwd om deze nadelen niet in de beoordeling op te nemen?

Het bestuur heeft aangegeven dat het moeilijk vast te stellen is welke leeftijdscohorten nu precies voor- of nadelen hebben ondervonden van het huidige stelsel. Daarom heeft het bestuur besloten om deze factor niet mee te nemen in de beoordeling van de evenwichtigheid. De besluiten die binnen het huidige stelsel zijn genomen, moeten worden gezien in het kader van de toen geldende wet- en regelgeving, die op dat moment als evenwichtig werd beschouwd. Wel is rekening gehouden met de besluiten tijdens de transitiefase, waarin naast wijzigingen in premie en opbouw vooral het effect van de verleende toeslag in de afgelopen jaren is meegenomen.

Het bestuur beoordeelt de resultaten van het nieuwe stelsel op basis van de vervangings­ratio als evenwichtig over de generaties heen. Bij een dekkingsgraad van 115% worden alle transitiedoelstellingen behaald, namelijk:

  • het opgebouwde pensioen blijft ten minste gelijk;
  • het verwachte pensioen blijft ten minste gelijk;
  • er wordt gestart met een adequate solidariteitsreserve;
  • er wordt gestart met een adequate compensatieregeling.

Het VO constateert dat de risico’s met betrekking tot de beleggingen op orde zijn. Het VO constateert daarnaast ook dat in de notulen van de bestuursvergaderingen niet altijd terug te vinden is in welke mate en op welke manier de belangen van de deelnemers evenwichtig zijn afgewogen. Het zichtbaar maken van de manier waarop belangen bij relevante besluitvorming evenwichtig zijn afgewogen blijft een aandachtspunt.

Het bestuur van BPF Bakkers heeft bij de beoordeling van de transitie de effecten voor verschillende generaties en doelgroepen in kaart gebracht. De impact op deze groepen is meegenomen in de besluitvorming. Het VO is positief in haar oordeel.

3. Opdrachtaanvaarding

Het bestuur van het fonds streeft er naar dat alle belanghebbenden zo veel mogelijk duidelijkheid krijgen over de doelstellingen, het ambitieniveau van de toeslagverlening en de risicohouding van de pensioenregeling die de sociale partners als opdracht in uitvoering aan het fonds geven. De pensioenregeling is, helaas, niet eenvoudig uit te leggen. Het VO streeft ernaar dit zoveel mogelijk te bereiken.

Een cruciaal onderdeel is het communicatieplan. Deelnemers moeten tijdig en op een juiste en grondige manier worden geïnformeerd over hun pensioen, zowel vóór als na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De verstrekte informatie moet betrouwbaar, begrijpelijk en tijdig zijn.

Het VO heeft verzocht periodiek op een transparante manier geïnformeerd te worden door het bestuur, zowel mondeling als schriftelijk (bijvoorbeeld via brieven, notulen, rapportages en bestuurs­besluiten). De voortgang van de opdrachtaanvaarding dient gemeld te worden, met een nadruk op het waarborgen en afwegen van de belangen van alle betrokkenen. Dit is in 2024 op de juiste manier gebeurd.

4. Beleggingsbeleid

Het VO heeft in haar ongevraagd advies d.d. 3 december 2024 aandacht gevraagd voor het beleggingsbeleid en het bestuur heeft in haar brief d.d. 10 december 2024 op gereageerd. De belangrijkste punten zijn als volgt samengevat:

  • Het uiteindelijke resultaat van Bpf Bakkers wordt voornamelijk bepaald door de strategische keuze voor de risicovolle beleggingen binnen de portefeuille, bijvoorbeeld de beslissing om 40%, 50% of meer in zakelijke waarden te beleggen. Gedurende de vijfjarige periode van 2019 tot en met 2023 blijkt zowel de MSCI-index als de portefeuille van Bakkers een positief rendement te hebben behaald. Het rendement op vastrentende waarden is echter veel lager en sterk afhankelijk van rentebewegingen.
  • Met het invaren op 1 januari 2026 zullen een aantal beperkingen uit het FTK worden opgeheven. Het risicodragend vermogen van de portefeuille zal dan verschuiven van 40% naar ongeveer 60%, gebaseerd op life cycles (een systeem waarbij niet iedereen hetzelfde risico draagt). Dit betekent dat er meer risico wordt genomen.

Het VO is tevreden, aangezien het rendement over de periode 2019-2024 gemiddeld boven het MSCI-resultaat ligt. Het ESG-beleid moet zowel op duurzaamheid als op het beleggingsresultaat geëvalueerd worden. Daarnaast blijft een adequate renteafdekking van groot belang.

Het VO adviseert om het Beleggingsplan 2025 te toetsen aan het beleggingsbeleid zoals vastgesteld in de ABTN. Daarnaast is het essentieel om voortdurend kritisch te blijven op de rendementen van de beleggingen en de kosten van het vermogensbeheer. Een periodiek overzicht van zowel de kosten als de rendementen van de volledige beleggingsportefeuille biedt de nodige inzichten voor een gedegen beoordeling.

5. Communicatiebeleid

Communicatie blijft een punt van zorg. Het is moeilijk om de deelnemers te bereiken. Er is nu een aantal initiatieven, waaronder een communicatieplan.

De Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is op 1 juli 2023 ingegaan. In verband met de overgang naar de nieuwe pensioenregels, moeten pensioenfondsen een apart communicatieplan opstellen. Dit plan beschrijft de communicatieactiviteiten gedurende de gehele overgangsperiode, vanaf de indiening bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) tot enkele maanden na de daadwerkelijke invoering van de nieuwe regels.

Op 15 december 2023 heeft het bestuur advies gevraagd over het Communicatieplan Wtp. Het VO was van mening dat er toen nog te veel informatie ontbrak om een goed onderbouwd advies te geven. Daarom heeft het VO op 29 januari 2024 een aantal inhoudelijke vragen gesteld over het plan. Op 12 februari 2024 heeft het VO de antwoorden ontvangen en was tevreden over de verduidelijking in de voorlegger, hoewel er nog geen concrete data waren opgenomen.

Op 26 maart 2024 heeft het VO conform artikel 115a lid 3 onder e. van de Pensioenwet, de adviesaanvraag Communicatieplan Wtp ontvangen. Het bestuur vroeg advies op basis van het voorgenomen besluit inzake het Communicatieplan Wtp als onderdeel van het door de AFM verplicht gestelde implementatieplan.

Op 28 juni 2024 heeft het VO om een duidelijke terugkoppeling gevraagd over de data waarop de pensioengerechtigden geïnformeerd zullen worden, en het bijbehorende plan. Het VO wil per kwartaal een update ontvangen over de uitvoering van de genoemde acties. Gelet op het voorgaande gaat het VO akkoord met het voorgenomen besluit met betrekking tot Communicatieplan Wtp versie 5.0.

In de vergadering van het VO is op 17 december 2024 het jaarplan 2025 (versie 3 december 2024) besproken.

Voor werkgevers is er een apart communicatieplan opgesteld. Dit plan beschrijft hoe werkgevers – zowel verplicht, vrijwillig als gedispenseerd – worden meegenomen in de transitie naar de nieuwe pensioenregels.

Er was een goed doordacht communicatieplan voor het jaar 2024. De specifieke uitwerking van campagnes en middelen, inclusief de begroting, werd in 2024 verwerkt in actieplannen en vervolgens uitgevoerd.

Daarnaast is er een overzicht van de communicatieactiviteiten voor 2025 (zie communicatie-jaarplan 2025). Deze kunnen, indien nodig, aangepast worden op basis van de laatste trends, nieuwe ontwikkelingen en onderzoeksresultaten. Over het plan 2025 is het VO in december 2024 bijgepraat.

Nu en de komende jaren staat het fonds voor grote uitdagingen, waaronder het samengaan met Zoetwaren en het nieuwe pensioenstelsel. Dat betekent dat er veel gecommuniceerd moet en gaat worden. Geef aan de communicatie die aandacht en tijd die het nodig heeft, voorkom fouten en onduidelijkheid.

Het VO vraagt ook om een duidelijke, periodieke (kwartaal) terugkoppeling over de data waarop alle belanghebbenden, zoals werknemers, werkgevers, gepensioneerden en de pensioengerechtigden, geïnformeerd zijn.

6. Bestuurlijke principes (governance)

Het VO is van mening dat het bestuur handelt conform de geldende wet- en regelgeving. Via de vergaderingen, de daaropvolgende vastgestelde notulen en zowel de beantwoording van gevraagd als ongevraagd advies wordt het VO adequaat geïnformeerd over de ontwikkelingen op relevante onderwerpen. De heldere communicatie draagt bij aan wederzijds vertrouwen.

De deelnemers en werkgevers binnen het pensioenfonds worden tijdig en juist geïnformeerd, zoals vastgelegd in het communicatieplan.

In augustus 2023 werden er verkiezingen gehouden voor het VO. Het fonds zocht twee nieuwe leden namens de pensioengerechtigden en één nieuw lid namens de niet-actieve deelnemers. De twee leden namens de pensioengerechtigden (Jacques van de Vall en Gerard Vaes) begonnen als toehoorder op 1 oktober 2023 en traden formeel in functie op 1 januari 2024. Siebe Banga is herbenoemd namens de niet-actieve deelnemers. In 2024 heeft hij zijn functie neergelegd. In juli 2024 is hij opgevolgd door Christiaan Buis.

In september 2024 werden verkiezingen gehouden voor drie nieuwe leden van het VO, gekozen uit de actieve deelnemers (werknemers). De nieuwe leden zijn: David Hoogeboom, Jan van den Dorpel en Jeroen Klaver.

7. Uitvoering, kosten en beloningsbeleid

De uitvoeringskosten van de administratie zijn rond het gemiddelde binnen de pensioensector. De kosten zullen hoger worden door de te verrichten werkzaamheden met betrekking tot het invaren.

Het bestuur heeft in een brief van 16 september 2024 aangegeven dat de kosten per deelnemer bij invaren zullen toenemen. Er wordt door het bestuur regelmatig overleg gevoerd met TKP over de kosten.

Tussen 2019 en 2023 waren de kosten voor het pensioenfonds per deelnemer respectievelijk €129, € 138, € 131, € 143 en € 153 (gebaseerd op een schaalgrootte van 10.000 tot 100.000 deelnemers). Wanneer slapers in 2023 worden meegerekend, komt dit uit op € 63. Het is belangrijk te vermelden, dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen pensioenfondsen, voornamelijk door de schaalgrootte. Door samen te gaan met Zoetwaren en andere vergelijkbare productie- of voedingsbedrijven kan het aantal deelnemers stijgen, wat de kosten per deelnemer verlaagt.

Kortom, om de kosten per deelnemer te verlagen, is het essentieel om zowel kostenstijgingen te voorkomen als het aantal deelnemers te verhogen. Het proces van invaren zal echter extra kosten met zich meebrengen.

Het monitoren van de uitvoeringskosten is een doorlopend aandachtspunt voor het VO.

Het beloningsbeleid is besproken tijdens de VO-vergadering van 17 december 2024. Het uitgangspunt voor de VO is dat de beloning aantrekkelijk genoeg moet zijn om gekwalificeerde bestuurders aan te trekken en in lijn moet zijn met maatschappelijke normen. Nieuwe bestuursleden moeten een redelijke beloning ontvangen die het fonds in staat stelt deskundigen met zowel bestuurlijke als inhoudelijke ervaring aan te trekken. In 2025 zal de daadwerkelijke invulling van het beloningsbeleid opnieuw besproken worden.

8. Resterende onderwerpen

8a. Premie

De PUAC adviseert de pensioenopbouw voor 2025 vast te stellen op 1,60% (in 2024 was dit 1,35%) en de premie voor 2025 op 28% van de pensioengrondslag. Het VO heeft dit advies overgenomen. Op 19 december 2024 is dit schriftelijk aan het bestuur medegedeeld.

8b. Excedentregeling

De opbouw van 1,875% in de excedentregeling wordt begrensd door het fiscaal maximaal pensioengevend salaris van € 128.810 (bedrag voor 2023). Deze grens wordt elk jaar aangepast op basis van de procentuele stijging van het minimumloon tussen 1 januari van het betreffende jaar en 1 januari van het voorgaande jaar.

In de vergadering van 17 december 2024 heeft het VO positief gereageerd op de voorgestelde opbouw van 1,875% voor het jaar 2025. In de brief van 19 december 2024 is een positief advies gegeven.

8c. Indexatie

Rekening houdend met de rekenrente dient jaarlijks met een cijfermatige onderbouwing conform beleid een acceptabele verhoging of verlaging van het pensioen worden vastgesteld.

Het VO had vernomen, dat het bestuur overwoog om voor 2025 een indexatie van 2,3% toe te passen. Hoewel het verantwoordingsorgaan geen formeel adviesrecht heeft met betrekking tot de indexatie, heeft het toch besloten om een ‘ongevraagd’ advies uit te brengen over dit onderwerp. Het VO heeft geadviseerd om de indexatie van 2,3% toe te passen.

Op basis van de geldende toeslagregels en het financiële toetsingskader van het huidige pensioenstelsel kan Pensioenfonds Bakkers een toeslag van 0,7% verlenen. Aangezien DNB het overbruggingsplan heeft goedgekeurd, voldoet Pensioenfonds Bakkers aan de voorwaarden om het toeslagbeleid te versoepelen. Dit maakt het mogelijk om per 1 januari 2025 een toeslag van 2,3% toe te kennen, wat dan ook is gebeurd.

8d. Dekkingsgraadbescherming

Het pensioenfonds kan het risico van de dekkingsgraad uitleggen, cijfermatig onderbouwen en daarna een zorgvuldig en betrouwbaar besluit nemen. Het VO had vernomen, dat het bestuur overwoog om een dekkingsgraadbescherming in te voeren. Hoewel het verantwoordingsorgaan geen formeel adviesrecht heeft over deze kwestie, heeft het besloten hier een ongevraagd negatief advies over uit te brengen. De belangrijkste argumenten tegen deze bescherming waren de hoge kosten, de onbekende einddatum van de afdekking en de momenteel hoge rekenrente. Het VO is in afwachting van een reactie van het bestuur.

Binnen het bestuur is uitvoerig gesproken over de voors en tegens van de mogelijkheid van dekkingsgraadbescherming. De conclusie was dat het beschermen van de dekkingsgraad relatief veel geld kost en een garantie op succes vooraf niet te geven is. Rekening houdend met het ongevraagd advies van het VO heeft het bestuur besloten hier geen gevolg aan te geven.

8e.  Correspondentie deelnemers

Er zijn zowel per e-mail als per brief vragen van deelnemers ontvangen, onder andere over het jaarverslag 2023. Deze vragen zijn inmiddels beantwoord. Het is van belang om gedegen inhoudelijk te reageren op dergelijke vragen.

Tot slot

Het jaar 2024 beoordeelt het VO als zeer intensief. Dit komt enerzijds door het vertrek van leden en de binnenkomst van de vervangers van het VO. Opgebouwde kennis en ervaring verdwijnt en de nieuwe leden gaan aan de slag met hun (nieuwe) werk. Anderzijds zorgt het werken aan het invaren dat ook voor de jaren 2025 en mogelijk 2026 de nodige drukte voor het VO kan worden verwacht.

Daarom is het belangrijk, dat er een goede samenwerking blijft, zowel binnen het VO als met bestuur en de RvT. Dit is voor iedereen een uitdaging, die positief moet worden benaderd. Het VO is inmiddels weer op volle sterkte na de verkiezing van afgelopen jaar.

Dank voor de ondersteuning van de werknemers van de afdeling Bestuursondersteuning. Zij hebben een erg belangrijke rol en zorgen dat onze stukken op tijd voorhanden zijn en geven bruikbare adviezen. Hierdoor verlopen de vergaderingen constructief en worden de VO-adviezen goed onderbouwd.

7.7.2 Reactie bestuur op verslag verantwoordingsorgaan

Algemeen
Allereerst dankt het bestuur het verantwoordingsorgaan hartelijk voor de fijne samenwerking in 2024. In dit jaar hebben alle fondsorganen, waaronder ook het verantwoordingsorgaan, veel werk verzet. De nadruk heeft gelegen op het voorbereiden op het invaren op Wtp. Dit Wtp-proces kent strakke tijdslijnen waarin ieder orgaan een eigen rol heeft in te vullen. Ondanks het feit dat de materie soms best ingewikkeld is, heeft het bestuur veel waardering voor de wijze waarop het verantwoordingsorgaan dit heeft behandeld en daarover uiteindelijk een positief advies heeft afgegeven.
Hieronder gaan wij in op enkele punten die het verantwoordingsorgaan aanhaalt in haar verslag.

Evenwichtige belangenafweging en risicobeheersing
Het bestuur erkent het belang van transparantie in onze besluitvorming en wij streven ernaar dat de notulen van bestuursvergaderingen altijd duidelijk weergeven hoe de belangen van deelnemers evenwichtig zijn afgewogen. Wij zullen ook blijven werken aan het verbeteren van onze methoden om de effecten van beleidsbeslissingen op verschillende leeftijdscohorten beter te onderbouwen en te communiceren.

Communicatiebeleid
Wij zijn ons bewust van de uitdagingen in het bereiken van alle deelnemers en we zullen ons communicatiebeleid verbeteren door in te spelen op actuele informatiebehoeften alsmede op de aanbevelingen van de AFM.

Als bestuur zullen wij ervoor zorgen dat periodiek updates worden verstrekt over de uitvoering van communicatieactiviteiten en duidelijke terugkoppeling plaatsvindt over de data waarop belanghebbenden geïnformeerd worden. Uw aanbevelingen worden meegenomen in ons communicatiebeleid.

Dekkingsgraadbescherming
Het bestuur heeft in de besluitvorming uw (ongevraagde) negatieve advies over dekkingsgraadbescherming zorgvuldig betrokken. Gezien de hoge kosten en onzekerheden over uitkomsten hebben wij besloten om niet over te gaan tot invoering van een dekkingsgraadbescherming.

Nieuw pensioenstelsel
Wij waarderen uw positieve advies over het gebruik van het Transitie FTK en het initiële overbruggingsplan. Uw aanbevelingen zijn ontvangen en deels overgenomen. Wij zullen de samenwerking met u blijven zoeken om een beheerste en integere overgang naar het nieuwe pensioenstelsel te kunnen realiseren.

Beleggingsbeleid
Het Beleggingsplan 2025 is getoetst aan het beschreven beleggingsbeleid zoals opgenomen is in de ABTN en we blijven kritisch op de rendementen van beleggingen en de daarmee gemoeide kosten van vermogensbeheer. Wij zijn evenals het verantwoordingsorgaan tevreden met het positieve rendement over de periode 2019-2024 en zullen ons blijven richten op duurzame en rendabele beleggingen.

Premie en indexatie
Wij waarderen uw positieve adviezen ten aanzien van een premies voor de basisregeling en de excedentregeling voor 2025. Het bestuur heeft besloten om een indexatie van 2,3% voor 2025 toe te kenen en is blij voor alle deelnemers dat we dit hebben kunnen doen.

Governance
Wij blijven handelen conform de geldende wet- en regelgeving en zorgen voor heldere en tijdige communicatie met alle betrokkenen.

Wij danken het verantwoordingsorgaan voor de constructieve samenwerking en de inzet voor het pensioenfonds. Wij kijken uit naar een voortzetting van deze positieve samenwerking in 2025 en voor het komende jaar.

7.8 Informatie vanuit toezicht van DNB en AFM

De vermogenspositie was in 2024 zodanig dat geen herstelplan meer van toepassing was. Eind 2023 was de vermogenspositie dermate hersteld, dat voor 2024 geen herstelplan ingediend hoefde te worden bij DNB. 

Er heeft in 2024 geen regulier relatiegesprek plaatsgevonden met DNB. Wel hebben er periodieke overleggen met de toezichthouder plaatsgevonden inzake het Wtp-traject. DNB heeft in 2024 partiële toetsingen uitgevoerd op het Wtp-invaardossier. Op 18 december 2024 heeft het bestuur uiteindelijk het invaardossier ingediend bij DNB.

De AFM houdt toezicht uit hoofde van de Pensioenwet. De AFM heeft tot taak toezicht te houden op het gedrag van pensioenuitvoerders. Het toezicht omvat met name de communicatie van pensioenfondsen en de wettelijk verplichte informatieverstrekking, alsmede de zorgplicht bij individuele pensioenopbouw op beleggingsbasis. 

Het houden van toezicht op de zorgplicht bij premieovereenkomsten heeft tot doel de (gewezen) deelnemer tegen te risicovolle beleggingsbeslissingen te beschermen. Kort gezegd moeten beleggingsrisico’s worden beheerst, gegeven de naderende pensioendatum. 

De AFM heeft in 2024 de jaarlijkse informatie uitvraag gedaan naar inzichten in de markt voor tweedepijlerpensioen. De AFM heeft inzake de verleende indexatie per 1 januari 2024 enkele aandachtspunten geconstateerd voor wat betreft de communicatie die hierover heeft plaatsgevonden. Deze aandachtspunten zagen op het tonen van kwantitatieve effecten en de toelichting hierbij.  

De toezichthouder heeft het pensioenfonds in 2024 geen dwangsommen en boetes opgelegd of aanwijzingen verstrekt. Verder heeft de toezichthouder in 2024 geen bewindvoerder bij het pensioenfonds aangesteld.

7.9 Deskundigheids- en integriteitstoets en opleiding

In het beleidsdocument ‘Geschikt Pensioenfondsbestuur’ is de geschiktheid van de bestuursleden en het beleid voor handhaving van deze geschiktheid uitgewerkt. Aan de hand van een geactualiseerd deskundigheidsplan, de geschiktheidsmatrix en gevolgde opleidingen bekijkt het bestuur periodiek in hoeverre het bestuur als geheel, maar ook de individuele bestuursleden, voldoen aan de te stellen eisen aan een geschikt pensioenfondsbestuurder. Het bestuur heeft in dit kader continue aandacht voor permanente educatie. Het beleidsdocument wordt periodiek up-to-date gehouden.

7.10 Gedragscode

Compliance-i-Consultancy (CiC) is als compliance officer en privacy officer aangesteld. De gedragscodeverklaringen over 2024 zijn door nagenoeg alle verbonden personen ondertekend. In twee gevallen zijn de verklaringen niet ondertekend en gegeven de hiervoor aangegeven redenen, acht het bestuur dit akkoord. In de Bestuursvergadering van 21 maart 2025 is de rapportage gedragscode over 2024 gepresenteerd en vastgesteld. Er worden hierbij enkele zaken onder de aandacht gebracht:

In 2024 heeft het pensioenfonds actief toegezien op de naleving van wet- en regelgeving, waaronder de Wtp, DORA, de AVG en de Gedragscode van het pensioenfonds. Het bestuur streeft naar een transparante en integere bedrijfsvoering, waarbij zowel interne als externe naleving kritisch wordt geëvalueerd. Gedurende het jaar zijn diverse compliance-incidenten geregistreerd en aandachtspunten geïdentificeerd, die deels zijn opgevolgd en deels verdere actie vereisen.

  • Binnen de AVG en gegevensbescherming is geconstateerd dat de Privacy Officer nog niet altijd betrokken is geweest bij belangrijke privacyprocessen, zoals DPIA’s en datalekbeheer. Hoewel het Register van Verwerkingen bij TKP is geactualiseerd, ontbreekt inzicht in de naleving van privacyregels, omdat rapportages niet altijd zijn verstrekt. Daarnaast is een lage deelname aan de verplichte AVG-training een aandachtspunt.
  • •Op het gebied van compliance-incidenten en datalekken zijn in totaal 15 incidenten geregistreerd, waarvan twee datalekken. De incidenten betroffen met name operationele fouten, IT-storingen en privacyrisico’s. Een belangrijk aandachtspunt is de non-compliance van TKP met DORA, die in december 2024 is gemeld aan de toezichthouder. Dit wordt nog actief gemonitord en vereist verdere acties.
  • De samenwerking met externe partijen, zoals TKP en AddComm, is geëvalueerd. Er is extra aandacht besteed aan gegevensdeling, beveiliging en verwerkersovereenkomsten. De Privacy Officer wordt hierbij niet altijd voldoende betrokken, wat impact kan hebben op de controle en naleving van afspraken. Daarnaast blijven ransomware-risico’s en IT-beveiliging een zorgpunt in het algemeen. DNB heeft benadrukt dat pensioenfondsen strengere beveiligingsmaatregelen moeten implementeren, waaronder MFA en netwerksegmentatie.
  • Binnen de thema’s duurzaamheid (ESG) en governance heeft Pensioenfonds Bakkers ESG verder geïntegreerd in het beleggingsbeleid. Desondanks blijft DNB aandacht vragen voor een versterking van het risicomanagement en de verslaglegging rondom ESG. De implementatie van de Nieuwe Code Pensioenfondsen 2024 is deels voltooid, maar diversiteit en zittingstermijnen blijven aandachtspunten.
  • Naar aanleiding van een melding in oktober 2023 heeft de compliance officer onder meer in 2024 onderzoek gedaan naar mogelijke belangenverstrengeling. Uit dit onderzoek is niet gebleken dat sprake was van belangenverstrengeling.

 Het bestuur neemt de aandachtspunten ter harte en dit is onderkend door het bestuur. De interne processen zullen worden aangescherpt opdat de compliance – en privacy officer wel steeds betrokken worden op momenten dat dit nodig is.

7.11 Organisatie en uitvoering

De uitvoering ten behoeve van het pensioenfonds is in 2024 uitbesteed aan TKP Pensioen (onderdeel van ASR), Bank of New York Mellon, Goldman Sachs Asset Management. Sinds 1 januari 2023 heeft het bestuur samen met Bpf Zoetwaren een bestuursbureau ingehuurd, te weten: PBSV. 

De uitvoering omvat het administreren van pensioenen, vermogensbeheer, bestuursondersteuning en de integrale advisering van het pensioenfonds inzake het beleid op communicatie-, juridisch, fiscaal, actuarieel en beleggingsterrein. 

Sprenkels is adviserend actuaris van het pensioenfonds. Het bestuur maakt gebruik van de diensten van Ortec Finance als externe oversight manager. Ortec Finance ondersteunt het bestuur in het risicomanagement en het toezicht op de uitbestede werkzaamheden. Besluitvorming over het beleid vindt plaats door het bestuur. 

Goldman Sachs Asset Management treedt op als fiduciair manager. Als custodian is Bank of New York Mellon aangesteld. Het bestuur monitort de uitvoering op basis van periodieke rapportages van de uitvoeringsorganisatie over de uitgevoerde werkzaamheden in het kader van de overeengekomen Service Level Agreement. 

Tevens ontvangt het pensioenfonds jaarlijks een ISAE 3402 type II-rapport van de uitvoeringsorganisaties, die door een externe accountant zijn gecertificeerd en van TKP wordt een ‘In Control Statement’ ontvangen. Reguliere rapportages en voorstellen van Sprenkels, Goldman Sachs Asset Management en TKP worden tevens beoordeeld door de externe oversight manager.

7.12 Statutenwijziging

In 2024 zijn de statuten eenmaal aangepast. De aanpassing is per 16 december 2024 geëffectueerd. De wijzigingen hadden betrekking op het beschrijven van de klachten- en geschillenprocedures, herbenoemingen van leden van de fondsorganen en het schrappen van niet meer van toepassing zijnde bepalingen.